Participatie en Herstel 1 - 2026 (Lustrumnummer)

Participatie en Herstel 1 - 2026 (Lustrumnummer)

Perspectieven op herstelondersteuning

Omschrijving

INHOUD

VOORWOORD 8

DEEL 1. AMBITIES ROND HERSTEL

1. OVER DE BRUG TIEN JAAR LATER 12
Hoe, wat en waarom in het licht van maatschappelijke trends
Jaap van Weeghel en Gerdie Kienhorst

2. OP WEG NAAR HERSTEL? 24
Bevindingen van het panel Psychisch Gezien in de periode 2016-2024
Aafje Knispel, Lex Hulsbosch, Robin Smi ts, Anne van Jaarsveld en Hans Kroon

3. HERSTEL BIJ MENSEN MET ERNSTIGE PSYCHISCHE AANDOENINGEN 39
Een geslaagde missie?
Wilma Swildens, Duygu Gulgun en Welmoed van Ens


DEEL 2. PERSPECTIEVEN VAN DIRECT BETROKKENEN

4. VAN BEHANDELEN NAAR SAMEN LEREN IN DE PSYCHIATRIE 52
René Keet

5. REFLECTIE OP 10 JAAR OVER DE BRUG 55
Afstemming als grote uitdaging
Dienke Boer tien, Maroun Nader, Barbara Stringer en Lot te Smeenk

6. EEN NIEUWE LENTE VOOR ERVARINGSDESKUNDIGEN 66
Irene van de Giessen

7. ERFENIS EN IMPACT VAN OVER DE BRUG 69
Interview met Philippe Delespaul

Jaap van Weeghel en Hans Kroon opgetekend door Gerdie Kienhorst

8. OVER DE BRUG: SCHARNIERPUNT IN DE TIJD 81
Ico Kloppenburg

9. VIJF JAAR ACTIEPLATFORM HERSTEL VOOR IEDEREEN (HVI) (2016-2020) 86
Terugblikken en vooruitkijken
Kees Lemke en Elsbeth de Ruijter

10. VOORBIJ DE DROOM VAN NETWERKZORG 91
Over de brug 10 jaar later
Floortje Scheepers

11. INSPIRATIE VOOR EEN PALET AAN MAATSCHAPPELIJKE OPLOSSINGEN IN DE LANGDURIGE GGZ 94
Persoonlijke terugblik op ‘Over de brug’
Louise Olij opgetekend door Max Huber

12. ‘DE GGZ WAS EEN NOGAL IN ZICHZELF GEKEERD EILAND DAT ALLES OP DAT GGZ-EILAND WILDE OPLOSSEN’ 102
Interview met Bert Stavenuiter
Alie Weerman, inter iewer


DEEL 3. PERSPECTIEVEN 2015-2025

13. HERSTEL DICHT(ER)BIJ VOOR IEDEREEN 112
Ontwikkelingen na Over de brug vanuit het perspectief van MIND
Katinka Hellweg en Greetje Senhorst

14. EEN MODERNE GGZ ALS AANJAGER VAN VERANDERING 122
Procesgericht werken aan herstel
Koen Westen, Samuël Hartgers, Annegeer t Michielse, Bregje van der Wallen, Dide Hoop en Philippe Delespaul

15. EEN WIJK WAAR IEDEREEN WELKOM IS 130
Terugblik op tien jaar W in de Wijk
Marijn van Ballegooijen

16. THUIS IN HERSTEL: DE TOEKOMST VAN BESCHERMD WONEN (BW) 138
Een sociaal-ecologische analyse van praktijk, beleid en perspectief
Charlot te Wunderink, Ellen Meijer en Liset te van der Meer

17. TIEN JAAR ENIK RECOVERY COLLEGE 149
Een blik op het verleden, heden en de toekomst
Marloes van Wezel, Annelies Broos, Anne Evers en Naomi Vet

18. GEWONE MENSEN, BIJZONDERE VERBINDINGEN 162
Zelfregie- en herstelorganisaties nemen een vlucht
Sonja Visser en Wilma Boevink

19. WAT OGEN ZIEN… 171
Jan-Willem Bedeaux

20. RUIM BAAN VOOR PEER SUPPORT 174
De bijdrage van POD bij herstelondersteuning
Martijn Kole en Dienke Boertien

EPILOOG 183
Over de brug en dan verder
Jaap van Weeghel, Margit van der Meulen, Hans Kroon en Stynke Castelein

LITERATUUR 207

REDACTIE EN AUTEURS 208

1. Over de brug tien jaar later

1. Over de brug tien jaar later

Deze inleiding start met een verkenning van de bredere trends en thema’s in de samenleving en in de ggz, die op de achtergrond van Over de brug en de jaren erna een rol speelden. Daarna beschrijven we de kerninhoud van het rapport Over de brug: wat, hoe en waarom.

1.1 TRENDS IN DE SAMENLEVING 2014-20251
Toen Over de brug in 2014 het licht zag, regeerde het kabinet-Rutte II (VVD-PvdA, 2012-2017) dat flink bezuinigde om de langdurige nasleep van de krediet- en bankencrisis in 2007-2008) op te vangen. Sindsdien zien we enerzijds in de maatschappij een serie affaires en crises, die soms een nationale maar vaker een internationale reikwijdte hadden: de bankencrisis, de vluchtelingencrisis, de klimaatcrisis, de covidpandemie, de oorlogen in Oekraïne en in Gaza; in Nederland waren er ook nog aardbevingen in Groningen, de toeslagenaffaire, de onderwijscrisis, de wooncrisis en de stikstofcrisis. Veel gewichtige kwesties kwamen niet tot een oplossing. Anderzijds bleef ons land wel degelijk een stabiele, welvarende en hoogontwikkelde samenleving. Nederland werd volgens Boutellier (2015) steeds meer een pragmatisch gestuurde onderneming: succesvol maar ook problematisch. De al eerder begonnen secularisering zette zich gestaag door, evenals de groei van rechts populisme. Waar andere sociale verbanden (buurt, familie, kerk) aan betekenis verloren, nam het belang van betaald werk juist toe. De smartphone was aan zijn niet te stuiten opmars begonnen. Nederland bleef goed scoren op internationale ranglijsten. Nederlanders waren zelf behoorlijk tevreden over hun leven (SCP, 2020), maar tegelijkertijd kritisch op medeburgers en bezorgd over tendensen in de samenleving: toename van tegenstellingen tussen groepen mensen, teloorgang van gemeenschapszin en verruwing van omgangsvormen. Kortom: ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’ (Schnabel, 2018).

Vier maatschappelijke trends
Als context voor de ontwikkelingen na Over de brug, bespreken we vier maatschappelijke trends die ook in de ggz sindsdien goed zichtbaar werden en waarbij ook vanuit de ggz kanttekeningen kunnen worden geplaatst. 
1. Individualisering impliceert verruiming van keuzevrijheid en keuzemogelijkheden. Je kunt stellen zoals Schnabel (2018) dat de banden van macht, traditie en collectiviteit minder dwingend zijn dan vroeger. Volgens een andere visie (Bauman, 2007) is individualisering zo ver doorgevoerd dat iedereen op zichzelf is teruggeworpen. In de ggz herkennen we individualisering in bijvoorbeeld persoonsgebonden budgetten, zorg op maat, keuzehulpen, gepersonaliseerde behandeling en zelfhulp, de algemene focus op het individu boven de omgeving. Of ook in het begrip persoonlijk herstel: een persoonlijke reis met betekenissen die nauwelijks te generaliseren zijn naar het leven van anderen (Van Weeghel et al, 2019).

Meer info
Gratis
10. Voorbij de droom van netwerkzorg

10. Voorbij de droom van netwerkzorg

Een lid van de projectgroep verantwoordelijk voor het rapport Over de brug schrijft over de lange adem die je met elkaar moet hebben om je idealen waar te maken.

10.1 NETWERKZORG EEN ‘NO-BRAINER’?
Over de brug was een ambitieus plan van aanpak, eigenlijk bedoeld om een inhaalslag te maken in de zorg voor mensen met ernstige psychische problemen. Een belangrijk pleidooi in Over de brug richtte zich op een integrale benadering van deze zorg, regionaal opgezet, waarbij behandeling, begeleiding en ondersteuning op elkaar zouden worden afgestemd: netwerkzorg.
Een droom waar ik, als medeschrijver van Over de brug, energie van kreeg en in geloofde. Het is zo belangrijk de zorg en ondersteuning vanuit verschillende domeinen zoals wonen, werk en inkomen, sociaal functioneren, ervaringsdeskundigheid en medische zorg, te verbinden met elkaar omdat mentale problemen, zeker bij ernstige psychische ontregeling, vrijwel altijd invloed hebben op meerdere levensgebieden. Ook is het nog te vaak zo dat hulpverleners tegenstrijdige adviezen geven, langs elkaar heen werken of soms zelfs niet eens van elkaar weten wat ze aan het doen zijn. Hierdoor ontstaan er niet alleen doublures maar vallen er ook gaten in de zorg. Daarnaast is het belangrijk om het informele netwerk te betrekken. Naasten of andere belangrijke personen in iemands leven kunnen, mits gelijkwaardig betrokken bij de hulp en ondersteuning, een cruciale rol spelen in het herstelproces van mensen met ernstige psychische problemen. Netwerkzorg leek dus een no-brainer, op papier, maar was het dat ook als je er in de praktijk mee aan de slag ging?

10.2 STAPPEN VOORWAARTS
In de afgelopen tien jaar zijn er zeker stappen gezet als het gaat over netwerkzorg. Alleen al het woord netwerkzorg (voorheen netwerkpsychiatrie maar door de te grote nadruk op de medische kant omgedoopt tot netwerkzorg, inmiddels evoluerend naar netwerksamenwerking) heeft een belangrijke plek in het discours ingenomen. Niemand zal zijn wenkbrauwen meer optrekken als er gesproken wordt over integrale zorg rondom mensen met psychische problemen.
Dat er samengewerkt moet worden met publieke gezondheidszorg, sociaal domein, medische zorg, vrijwilligers en het informele netwerk wordt breed gedragen door alle belangrijke stakeholders die zich bezig houden met mensen met ernstige psychische problemen. Zo komt ook in het integraal zorgakkoord (IZA; VWS, 2022) het belang van werken in netwerken prominent naar voren.

Meer info
3,90
11. Inspiratie voor een palet aan maatschappelijke oplossingen in de langdurige GGZ

11. Inspiratie voor een palet aan maatschappelijke oplossingen in de langdurige GGZ

Over de veranderde verhouding tussen de behandel-ggz en de maatschappelijk ggz waarin Over de brug volgens Louise Olij een rol in heeft gespeeld.

11.1 MARKERING VAN EEN OMSLAG IN EEN LANGE LIJN
‘Over de brug’ zie ik als onderdeel van een lange lijn van voortschrijdende inzichten en ontwikkelingen op gebied van de langdurige ggz. Die lijn begon voor mij al veel eerder, met het rapport Naar herstel en gelijkwaardig burgerschap van brancheorganisatie GGZ Nederland (red. nu De Nederlandse ggz) (GGZ Nederland, 2009), waar ik als projectleider bij betrokken was. Dat rapport markeerde een omslag in het denken van de gevestigde psychiatrie. De aandacht verschoof van behandeling van klachten en ziektebeelden naar de invloed van psychische problemen op het dagelijks leven. In het rapport was aandacht voor zowel de directe gevolgen voor het individu maar juist ook de collectieve en maatschappelijke achterstanden die ontstaan op het gebied van gezondheid, inkomen en participatie. Het begrip herstel vanuit cliënt- en ervaringsdeskundig perspectief kreeg nadrukkelijk podium in het rapport.’

Rapport commissie Dannenberg
‘Ongeveer een jaar na Over de brug, verscheen het rapport van de commissie-Dannenberg, Van beschermd wonen naar beschermd thuis (VNG, 2015). Vanuit verschillende perspectieven zag ik dezelfde inhoudelijke visie op wat goed is voor de mensen om wie het gaat. Waar Over de brug toch vooral het ggz-perspectief behartigt, pleit Dannenberg voor vermaatschappelijking. Ondertussen zijn ggz en sociaal domein onverbrekelijk met elkaar verbonden geraakt in de visieontwikkeling over en verantwoordelijkheden voor mensen met langdurende psychische klachten.

‘De titel Over de brug is erg goed gekozen. Maar, wie naar wie kijkt, welke kant de overkant is en wie ‘over de brug moest reiken’ is […] nog heel lang, en nog steeds, onderwerp van discussie gebleven.’

‘Er zijn op mijn denkbeeldige lijn van ontwikkelingen nog heel wat landelijke trajecten gevolgd, waarin deze discussie over domeinoverstijgende samenwerking is gevoerd. Denk aan het actieplatform Herstel voor Iedereen (2016) (zie ook bijdrage 9).
Of de beweging Radicale vernieuwing in de langdurige ggz. Ik zag vaak dezelfde mensen terug, ook steeds vaker ervaringsdeskundigen. Bewonderingswaardig hoe een relatief klein netwerk zich al zolang inzet om de discussie telkens een stap verder te brengen, elkaar geïnspireerd weet te houden en weet te zoeken naar praktische vertalingen. Bij al die initiatieven gaat het erom de zorg, ondersteuning en maatschappelijke positie van mensen met een langdurige psychische aandoening te verbeteren. Dat vraagt een hele lange adem.’

11.2 ERVARINGSKENNIS EN MAATSCHAPPELIJK HERSTEL
‘Voor mij was het vanaf het begin belangrijk dat er aandacht was voor de rechten en het perspectief van cliënten. In Over de brug is het perspectief van ervaringsdeskundigen en cliëntvertegenwoordigers nog sterker opgenomen dan in Naar herstel en gelijkwaardig burgerschap. Door de bredere bekendheid van Over de brug, en natuurlijk dankzij de herstelbeweging zelf, is het nu niet meer voorstelbaar dat zo’n rapport tot stand komt zonder inbreng van mensen met ervaringskennis. Toen was het nog relatief nieuw.’

Meer info
3,90
12. ‘De GGZ was een nogal in zichzelf gekeerd eiland dat alles op dat GGZ-eiland wilde oplossen’

12. ‘De GGZ was een nogal in zichzelf gekeerd eiland dat alles op dat GGZ-eiland wilde oplossen’

Bert Stavenuiter zat als directeur en vertegenwoordiger van Ypsilon, de vereniging van familieleden van mensen met psychische aandoeningen, in de projectgroep Over de brug. Hij blikt onder meer terug op de positie en de inbreng van naasten in de werkgroep en op hoe de visie van Over de brug de latere ontwikkelingen heeft beïnvloed.

12.1 HOE KIJK JIJ TERUG OP DE TOTSTANDKOMING VAN OVER DE BRUG?
‘Ik vond het een gedegen proces. Het was heel mooi om te zien hoe wij – naasten én cliënten – hierin samen optrokken. Ypsilon werd er goed in meegenomen. Kenniscentrum Phrenos was de regievoerder en kreeg hiermee een sterke positie. Phrenos behartigde de belangen van mensen met ernstige psychische aandoeningen heel goed en wist het rapport hoog op de politieke agenda te krijgen. Het rapport is bedacht en opgeschreven door een aantal wijze mensen, en er was veel instemming dat wat daar in stond ook moest gebeuren.’ ‘Terugblikkend vind ik dat de inbreng van cliënten en naasten sterker had gemoeten.
De cliënten- en naastenbeweging is enorm gegroeid. Weliswaar was er toen bij het overleg in verschillende gremia altijd ook een cliënt en een naaste aanwezig, maar altijd naast een groot aantal ggz-organisaties. Dan kon je zomaar in een groep zitten met 15 ggz-organisaties en dan één cliënt en één naaste. Om dan te zeggen, tjonge, wat is hun perspectief goed vertegenwoordigd? Ik zou nu zeggen van niet. Het feit dat we daar toen standaard aan tafel zaten was oké. Maar op de ongelijkheid in inbreng, daar kun je ook met terugwerkende kracht best kritisch op zijn, vind ik.’

Is die ongelijkheid nu verbeterd?
‘Ja, hoewel het nog steeds om de haverklap voorkomt dat cliënten amper meebeslissen. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met het maken van een kennisagenda – Ypsilon heeft altijd belangstelling gehad voor wetenschappelijk onderzoek. Voorheen waren er maar enkele onderzoekers die het leuk vonden om iets met naasten te doen, terwijl het nu ondenkbaar is om naasten níet te betrekken. Bij subsidieaanvragen is de inbreng van cliënten en naasten ook beter geregeld. Er moet duidelijk en concreet worden aangegeven hoe zij bij het onderzoek betrokken worden. Het is echt de verdienste van de ervaringsdeskundigen dat deze inbreng niet meer uit te vlakken is.’
‘Maar deze beweging van ervaringsdeskundigen is van henzelf en komt niet voort uit Over de brug. Bij Over de brug waren wel cliënten en naasten betrokken, maar er werd niet zozeer nagedacht over hun positie en hoe hun kennis het beste benut kon worden.’

In Over de brug hadden herstelacademies toch wel een plek?
‘Ja, in Over de brug werden de eerste voorbeelden omarmd. Het thema van Over de brug was dat de verbinding van de ggz met de samenleving – het sociaal domein – verbeterd moest worden. De ggz was een nogal in zichzelf gekeerd eiland dat alles op dat ggz-eiland wilde oplossen. De opgave was om er samen voor te zorgen dat mensen met psychische problematiek meer deelnamen aan de gewone mensenwereld. Dus voor het eiland van de ggz, om een brug te slaan naar de rest van de wereld. Daar horen die herstelacademies bij die zich los van ggz begonnen te ontwikkelen. Maar dat is nog niet hetzelfde als zeggen dat ervaringsdeskundigen een belangrijke rol spelen.’

Meer info
3,90
13. Herstel dicht(er)bij voor iedereen

13. Herstel dicht(er)bij voor iedereen

In deze bijdrage een terugblik op het werk dat is verzet namens en door mensen met een psychische of psychosociale kwetsbaarheid en hun naasten in het kader van meer herstel in de opvolging van het rapport Over de brug.

13.1 ACHTERGROND
In Over de brug werd onder meer aanbevolen om de oprichting van herstelacademies voor mensen uit de doelgroep en hun familieleden of naasten te bevorderen en hen een centrale rol in het regionale ondersteuningsnetwerk te geven. Het was de eerste keer dat dit in een richtinggevend plan werd opgeschreven. Deze aanbeveling zou verder worden uitgewerkt en uitgevoerd onder regie van het Landelijk Platform GGz (LPGGz). Het LPGGz, de vereniging van landelijke en regionale organisaties die de belangen van cliënten en naasten vertegenwoordigen, is in 2016 onderdeel van MIND geworden. Zowel onder de vlag van het Platform als onder die van MIND is de afgelopen tien jaar veel werk verricht om de beweging van zelfregie en herstel, die Over de brug opriep om te versterken, samen met cliënten en naasten verder te brengen. Wat hebben de inspanningen na tien jaar opgeleverd?
Zelfregie- en herstelorganisaties (zho’s) zijn plekken die gerund worden door ervaringsdeskundigen en waar mensen met (ernstige) psychische problemen op een laagdrempelige manier, zonder verwijzing of indicatie, terecht kunnen voor ontmoeting, peer-support, om weer mee te doen en om aan hun herstel te werken. In bijdrage 18 van Visser en Boevink meer over de stand van zaken anno nu bij deze organisaties.

Rol van het LPGGz als belangenbehartiger
Het LPGGz was een logische regievoerder omdat de Regionale Cliëntenorganisatie’s (RCO’s), verenigd in de Regiokamer van LPGGz/MIND, de basis vormden waarop de afgelopen tien jaar verder gebouwd is. Vele jaren eerder hadden deze organisaties een impuls gekregen of waren ze ontstaan in het omvangrijke programma Lokale Versterking GGz Wmo (2006-2009) van het LPGGz. Hierin waren 35 regionale initiatiefgroepen actief en totaal 750 vrijwilligers. Met als doel de cliëntenbelangen in de Wmo-uitvoering meer over het voetlicht te brengen, richtte dit programma zich zowel op cliëntvertegenwoordigers als op de beeldvorming bij gemeenten. Veel invloedrijke mensen uit de herstelbeweging waren al betrokken bij Lokale Versterking, waardoor het benodigde netwerk bij het LPGGz al aanwezig was. In de projectgroep van Over de brug waren overigens geen organisaties of instellingen als zodanig vertegenwoordigd. Op persoonlijke titel participeerde de directeur van Ypsilon (een van de leden van het LPGGz). Slechts één ervaringsdeskundige nam deel aan de projectgroep en daarnaast werden drie experts uit de cliënten- en naastenbeweging geraadpleegd.

Belangenbehartiging en herstelinitiatieven
Belangenbehartiging en het ontstaan van herstelacademies en zelfregiecentra zijn sterk met elkaar verweven. Belangenbehartiging kan op veel verschillende manieren (De Jeu & De Jong, 2019). Zo kun je lobbyen, actievoeren of meepraten aan de tafels waar de besluiten worden genomen. Maar beter nog kun je alternatieven realiseren, zoals vrijplaatsen met ervaringsdeskundigen in the lead. In het experimenteren met nieuwe ideeën vanuit ervaringskennis kun je meteen laten zien dat het anders kan. Om een instelling, gemeente of zorgverzekeraar mee te krijgen met deze alternatieven, komen die andere manieren van belangenbehartiging weer van pas. Goede voorbeelden van zowel succesvolle regionale belangenbehartiging als het creëren van alternatieven zijn RCO’s als De Hoofdzaak in Noord Holland Noord, Focus Zwolle en Kernkracht in Midden-Holland. Zij waren ook betrokken bij alle programma’s van LPGGz/ MIND in de afgelopen twintig jaar.

Meer info
3,90
14. Een moderne GGZ als aanjager van verandering

14. Een moderne GGZ als aanjager van verandering

De auteurs betogen tien jaar na de oproep van Over de brug dat er nog altijd veel werk aan de winkel is om de ambitie van ‘een derde meer herstel’ van mensen met ernstige psychische problematiek te realiseren. Twee voorbeelden laten zien hoe een moderne inrichting van de ggz in nauwe samenwerking met het sociaal domein daarbij kan helpen en welke strategische thema’s hierbij een rol spelen.

14.1 ACHTERGROND
De ggz staat onder druk door een toename aan psychische klachten, gebrek aan middelen in de Zvw (zorgverzekeringswet) en het sociale domein en een bijkomend personeelstekort op alle niveaus van scholing. Eén op de vier Nederlanders heeft jaarlijks te maken met mentale gezondheidsproblemen en het aandeel stijgt. Dus zullen de ggz-uitgaven naar verwachting blijven stijgen. Tegelijkertijd heeft het versnipperde ggz-, zorg- en sociale landschap in Nederland onvoldoende antwoord op de domeinoverstijgende behoeften van mensen met complexe mentale gezondheidsproblemen. Deze conclusie kunnen we, tien jaar na de oproep uit Over de brug om vooral de handen inéén te slaan en gezamenlijk de kansen van ambulantisering en de transitie naar het lokale, gemeentelijke initiatief te benutten, nog altijd trekken.
Weliswaar hebben de afgelopen jaren ggz-instellingen hard gewerkt om gedecentraliseerde generalistische wijkteams op te richten (en specialistische zorg anders in te richten) om zo de voorwaarden te creëren om samen te kunnen werken met het sociaal domein. Die samenwerking vindt soms plaats in één pand, soms in één team, soms in één gezamenlijke intakefase. Vaak is ze georganiseerd rondom één gezamenlijke cliënt. Iedere vorm van samenwerking heeft vele eigenaren en vele verschillende namen gekregen. Blijkens de eerdere evaluatie van Over de brug (Couwenbergh & Van Weeghel, 2019) en verschillende onderzoeken (Kroon et al., 2021; Menting et al., 2021; Engelsbel et al., 2024) hebben alle inspanningen (nog) niet geleid tot daadwerkelijk méér herstel, laat staan tot de geformuleerde ambitie om een derde meer herstel te realiseren.
In Nederland wint de beweging aan kracht om de ggz te hervormen tot een ecosysteem van mentale gezondheid waarbinnen transdiagnostisch (zie kader) wordt gewerkt met een pluriform, procesgericht en modulair aanbod en waarin de grenzen naar aanpalende domeinen ‘doorlatend’ zijn. Bottom-up initiatieven zijn hierbij de drijvende kracht. Binnen Reinier van Arkel zijn, onafhankelijk van elkaar, twee teams ontstaan die deze visie proberen uit te voeren.

TRANSDIAGNOSTISCH DENKEN EN WERKEN
Transdiagnostisch denken sluit aan bij de trend om psychische stoornissen meer dimensioneel dan categoraal te benaderen, waarbij onderliggende processen centraal staan in plaats van strikt afgebakende diagnoses. Dit perspectief biedt meer flexibiliteit, voorkomt zwart-wit-denken, vergroot de aandacht voor het individu en helpt gelijktijdige of opvolgende comorbiditeit beter te begrijpen en te verklaren (Heycop ten Ham et al., 2014).

Meer info
3,90
15. Een wijk waar iedereen welkom is

15. Een wijk waar iedereen welkom is

In deze bijdrage zien we hoe de uitgangspunten van Over de brug hun weg vonden in het project W in de Wijk in Amsterdam-Zuid, vanuit het perspectief van een betrokken wethouder.
De politie had een verwarde persoon verwijderd uit mijn buurthuis in de Rijnstraat. Hij was stennis aan het schoppen en wilde niet weggaan. Het was 2014, ik was als bestuurder van stadsdeel Amsterdam-Zuid verantwoordelijk voor welzijn. De andere bezoekers van het buurthuis waren behoorlijk geschrokken van zowel de stennis als het politieoptreden. Christine, de welzijnswerker van het buurthuis, baalde ervan dat het zover was gekomen en vertelde me dat ze de laatste jaren steeds vaker mensen met psychiatrische problematiek in haar buurthuis had. Ze wist zich daar eigenlijk geen raad mee. Soms ging dat goed, maar lang niet altijd. Dan vonden mensen die verlegen, onzeker of gewoon anders waren geen aansluiting. Soms leidde een emotionele uitbarsting tot ruzie, onbegrepen gedrag tot onbegrip. En heel soms dus, net als nu, werd de politie gevraagd om iemand te verwijderen, wat voor iedereen heel onaangenaam was.
In die tijd kwam er net landelijk meer aandacht voor ‘mensen met verward gedrag’ (later gelukkig omgedoopt tot ‘onbegrepen gedrag’). Vaak was de aandacht gericht op de veiligheid: onbegrepen mensen zouden anderen of zichzelf iets aan kunnen doen. Voor het welzijn van de kwetsbare mens was veel minder aandacht. En in het buurthuis, vond menig bezoeker, was die zeker niet op zijn plek: ‘Het is hier toch geen gekkenhuis?’

15.1 DAT MOET TOCH BETER KUNNEN?
In deze bijdrage wil ik terugkijken op tien jaar werken aan maatschappelijk herstel voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. In Amsterdam-Zuid startten we ‘W in de Wijk’, onze poging om welzijn en ggz-zorg aan elkaar te verbinden en zo vorm te geven aan een samenleving waarin iedereen welkom is. Destijds noemden we het nog ‘GGZ in de wijk’. Het project is inmiddels enorm gegroeid en wijdverbreid. In andere plaatsen in de regio en in Nederland zijn soortgelijke bewegingen gestart en samen hebben die geleid tot een sterke herstelbeweging die de zorg bij psychische kwetsbaarheid en het beeld waarmee we naar psychiatrie kijken ingrijpend aan het veranderen is. Deze terugblik op hoe het begon laat ons zien hoe ver we zijn gekomen en wat we onderweg hebben geleerd.

Maatschappelijk herstel in beeld
Het incident in de Rijnstraat liet me vol vragen achter. Er moet toch een betere manier zijn dan de politie bellen om iemand in psychische nood aan te spreken? Kunnen we dat niet beter vanuit zorg in plaats van veiligheid benaderen, dus met de ggz? Ik reserveerde budget en besloot iemand van GGZ inGeest, de lokale ggz-instelling, uit te nodigen om verder te praten. De bestuurder zelf ging op mijn uitnodiging in en een paar dagen later ontmoette ik Elsbeth de Ruijter. Het gesprek dat volgde zette mijn wereld op zijn kop en zou grote consequenties hebben.

Meer info
3,90
16. Thuis in herstel: de toekomst van beschermd wonen (BW)

16. Thuis in herstel: de toekomst van beschermd wonen (BW)

Hoe heeft het beschermd wonen in Nederland zich ontwikkeld sinds het rapport Over de brug? Wat waren innovaties, hoe zag de professionalisering en inhoudelijke verdieping van deze voorzieningen eruit en hoe heeft dit de rehabilitatie en het herstel van mensen met ernstige psychische aandoeningen beïnvloed?

16.1 ACHTERGROND: HERSTELGERICHT WERKEN
In de Nederlandse ggz is herstelgericht werken de afgelopen decennia uitgegroeid tot het fundament van de zorg voor mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA). Het houdt in het ondersteunen van mensen bij het vormgeven van een betekenisvol leven, vaak ondanks blijvende beperkingen. Ook Over de brug nam herstel als uitgangspunt, begrepen als een proces dat zich afspeelt op vier met elkaar verweven dimensies: persoonlijk, functioneel, maatschappelijk en klinisch herstel. Deze dimensies beïnvloeden elkaar voortdurend en vragen om een integrale, holistische benadering van de persoon in relatie tot diens sociale en fysieke omgeving. Goede zorg diende hierbij aan te sluiten, ook in ‘het nieuwe zorglandschap en een ander speelveld’ dat vanaf 2015 ontstond. De organisatie van zorg (behandeling, begeleiding, ondersteuning) zou over (veranderende) wettelijke kaders en bekostigingsstructuren heen vorm moet krijgen.

Residentiële voorzieningen in het zorglandschap
Binnen dit zorglandschap spelen verblijfsvoorzieningen, zoals beschermende woonvormen, een belangrijke rol. Ze zijn early adapters van de herstelbeweging en de innovatieve ideeën die daaruit voort vloeien (Over de brug). Ze creëren enerzijds voorwaarden die herstel op al deze dimensies integraal kunnen bevorderen. Anderzijds kunnen ze ook een drempel opwerpen naarmate het herstelproces van de cliënt zich steeds meer beweegt buiten de ggz. Het uitgangspunt in de huidige ggz is dat begeleiding en behandeling idealiter plaatsvinden in de eigen leefomgeving van de cliënt. Voor mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid met een beperkt of overbelast netwerk die (nog) moeite hebben met zelfstandig functioneren is dit echter vaak niet haalbaar. Beschermende woonvormen bieden dan een alternatief als een veilige, gestructureerde omgeving midden in de samenleving.

Spanning tussen bescherming en bevordering van autonomie
De geboden veiligheid en ondersteuning zijn essentieel, maar tegelijk kan de geborgenheid van de woonvorm de ontwikkeling van eigen regie, relationele autonomie en het zetten van stappen richting zelfstandigheid belemmeren. Koopmans et al. (2024) wijzen in hun visie op beschermd wonen en herstel op deze spanning tussen bescherming en bevordering van autonomie. Bovendien kan deze omgeving het zelfbeeld en de identiteit van haar bewoners ondermijnen (Van der Meer et al., 2021).
 
Vanwege deze inherente dualiteit is het van belang om de inhoudelijke en fysieke randvoorwaarden van verblijfsvoorzieningen kritisch te bezien. Alleen dan kunnen ze daadwerkelijk bijdragen aan herstel en aan de mate waarin een zorgvrager eigenaarschap heeft en ervaart over het eigen leven en de eigen sociale omgeving. De introductie van de landelijke ART-zorgstandaard in 2016 (Van Mierlo et al., 2016) met concrete handvatten voor herstelgericht werken in de langdurige ggz heeft hieraan een belangrijke impuls gegeven, net als het rapport van de commissie-Dannenberg (VNG, 2015).

Meer info
3,90
17. Tien jaar Enik Recovery College

17. Tien jaar Enik Recovery College

Het rapport Over de brug benoemde de ontwikkeling van regionale herstelacademies (‘recovery colleges’) als een van de kernpunten om de ambitie van meer herstel en minder zorgbehoefte in 2025 te realiseren. Deze bijdrage beschrijft hoe het Enik Recovery College sinds de start in 2015 verging, mede aan de hand van een uitgebreid kwalitatief onderzoek dat sinds 2021 in cocreatie bij Enik wordt uitgevoerd. Het verhaal van Enik: van de eerste stappen via het heden naar de ambities voor de toekomst.

17.1 VAN TOEN NAAR NU: DE ONTWIKKELING VAN ENIK
In 2025, ruim tien jaar na het verschijnen van Over de brug, vierde Enik Recovery College in Utrecht zijn tienjarig bestaan en zijn rol in vele individuele herstelprocessen. Een herstelacademie zoals Enik faciliteert ruimte voor herstel in een peer-supported learning community voor mensen die ervaring hebben met psychische kwetsbaarheid of ontwrichting. Iedereen die zich aangesproken voelt door het aanbod mag deelnemen, zonder indicatie of verwijzing. Centraal staan het gezamenlijk leren via uitwisseling van ervaringen en ervaringskennis en het samen vormgeven van de praktijk in cocreatie – voor en door peers.

ENIK RECOVERY COLLEGE IN 2025
Enik Recovery College heeft zeven locaties, in Utrecht Hoograven, Utrecht Overvecht, Nieuwegein, Houten, IJsselstein, Woerden en Zeist. De laatste twee gingen in 2025 van twee naar vier dagen open, waarmee Enik is uitgebreid tot vijf volwaardige locaties. Een volwaardige locatie is minimaal vier dagen per week geopend en beschikt over een Sociaal Trefpunt, naast een aanbod van diverse bijeenkomsten, reeksen (meerdere bijeenkomsten over hetzelfde thema) en herstelwerkgroepen. Bij Enik Hoograven vinden ook retreats plaats: meerdaagse reeksen waarbij men bij Enik overnacht. Bij Enik zijn 50 betaalde medewerkers en 200 vrijwilligers actief. In 2024 waren er 700 programmaonderdelen en 16 retreats. Samen ontvingen de zeven locaties 1282 unieke bezoekers. 
Op dinsdag 20 mei 2025 vierde Enik het tienjarig bestaan met taart voor de deelnemers op de verschillende locaties. In het najaar werd een symposium gehouden voor relaties en beleidsmakers en vierde Enik een groot feest met vrijwillige-, betaalde - en oud-medewerkers. Meer informatie over Enik via de QR-code.

Het zelfhulpaanbod bevat bestaande reeksen zoals de WRAP (Wellness Recovery Action Plan) en HOP (Honest, Open & Proud) en reeksen, herstelwerkgroepen en losse bijeenkomsten die in cocreatie vorm krijgen (bijvoorbeeld over ouderschap, hoogsensitiviteit en zingeving). Daarnaast is een herstelacademie een ontmoetingsplaats en is er vaak ruimte om vrijwilligerswerk te doen. De context van de oprichting en doorontwikkeling van Enik is een bredere emancipatoire herstelbeweging en daaraan gerelateerde ontwikkelingen in beleidsvorming.

Meer info
3,90
18. Gewone mensen, bijzondere verbindingen

18. Gewone mensen, bijzondere verbindingen

Het aantal zelfregie- en herstelorganisaties heeft de afgelopen tien jaar een vlucht genomen. Hellweg en Senhorst beschrijven elders in deze publicatie de (beleids-)ontwikkelingen die er aan vooraf gingen. In deze bijdrage op basis van ijfers en materiaal verzameld door de Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel1 ligt de focus op die organisaties zelf. Hoeveel zijn er? Wat doen ze? Wie bereiken ze? Wat kosten ze en wat leveren ze op?

ACHTERGROND
Zelfregie- en herstelorganisaties zijn ontstaan vanuit de cliëntenbeweging in de ggz en/of door onvrede met het reguliere ggz-aanbod. In de tien jaar na de eerste erkenning van het belang van herstelacademies in Over de brug zijn ze enorm gegroeid in aantal mede doordat diverse partijen in het integraal zorgakkoord (IZA; VWS, 2022) tekenden voor een ‘een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten (LSP), zoals zelfregie- en herstelcentra’. Naar schatting zijn er 120 zelfregie- en herstelorganisaties (zho’s) met 300-350 locaties door heel Nederland. Ook zijn er enkele online zho’s. Zij voldoen alle in meer of mindere mate aan de kenmerken van laagdrempelige steunpunten volgens het IZA.

KENMERKEN VAN LAAGDREMPELIGE STEUNPUNTEN
• Laagdrempelig en toegankelijk, in het bijzonder voor mensen met EPA;
• Een goed klimaat voor herstelprocessen, leren en ontwikkeling;
• Cocreatie en gezamenlijk eigenaarschap (halen én brengen), dus:
• Geen vaststaande rollen van hulpvragers en hulpverleners;
• Geboden steun op geleide van de behoeften van de mensen en;
• ‘Wat past’, zonder protocollen, maar vanuit onderlinge steun, zelfhulp en cocreatie;
• Wederkerigheid en gelijkwaardigheid, op basis van wederzijds begrip, (h)erkenning;
• Opbouw en toepassing van ervaringskennis;
• Ervaringsdeskundigen zijn in the lead;
• Samenwerking met ketenpartners, gemakkelijke afstemming of koppeling met andere hulp.

Feiten en cijfers
Van de genoemde 120 zho’s zijn er medio 2025 55 lid van de NVZH (via de QR-code) met in totaal zo’n 210 locaties. Er liepen op dat moment vijf aanvragen voor (aspirant-)lidmaatschap van de NVZH. Criteria voor lidmaatschap zijn de hiervoor genoemde kenmerken. Daarnaast gelden als criteria dat de organisatie autonoom is qua uitvoering van diensten en dat er sprake is van een eigen beleids- en budgetverantwoordelijkheid. NVZH-leden committeren zich expliciet aan de gestelde criteria. Dit wordt inmiddels ook wel als kwaliteitskeurmerk gezien.
Zho’s vormen een zeer gevarieerd gezelschap, van eenpitters tot organisaties met meer dan 50 betaalde medewerkers. Naar schatting werken er in totaal zo’n 1.000 betaalde krachten (ca. 700 fte) en een veelvoud aan vrijwilligers. Tweederde van de organisaties is ontstaan als onafhankelijk initiatief en een derde is ontstaan vanuit een reguliere ggz-organisatie.

De zelfregie- en herstelinitiatieven zijn makkelijk toegankelijk voor iedereen. Tachtig procent van de initiatieven bereikt een brede groep van inwoners met psychische en/of psychosociale kwetsbaarheden (en hun naasten). Twintig procent van de initiatieven bereikt een specifieke groep zoals mensen met ernstige eetproblemen (en naasten), jongeren, ouders, naasten, mensen met een migratieachtergrond et cetera (NVZH, 2025).

Meer info
3,90
19. Wat ogen zien…

19. Wat ogen zien…

Een reflectie in de vorm van een column van een zorgbestuurder.

Wat ogen zien ... wordt door de ziel bepaald. Een collega van mij bracht dit inzicht nog maar eens over het voetlicht toen we spraken over het integraal zorgakkoord akkoord (IZA; VWS, 2022), aangevuld met het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA; VWS, 2025). Ik dacht eraan toen mij gevraagd om een bijdrage in deze publicatie waarin wordt teruggekeken en gereflecteerd op het rapport Over de brug. Ik koos voor een column.

‘De ziel bepaalt, juist in deze column. Ik blijf daarom weg bij cijfers en feiten. Niet het meten staat hier centraal, maar het merken.’

Vragen midden op de brug
Wat zien mijn ogen als ik kijk naar ‘zorg voor mensen die ondersteund willen (moeten) worden bij ernstige psychische aandoeningen’? Wat zien mijn ogen bij ‘participatie en herstel’ als kernbegrippen, en de mate waarin die kernelementen georganiseerd zijn in een maatschappelijke infrastructuur, bestaande uit een netwerk van personen en voorzieningen uit verschillende sectoren (ggz, gemeente, welzijn, zorgkantoren en zorgverzekeraars)?

Dan zie ik dat we nog niet helemaal over de brug zijn. Eerder staan we er nog midden op. We zijn nog steeds zoekende naar wat de betekenis van psychische kwetsbaarheid voor een individu echt is. Is dat een disfunctie, een stoornis, een verstoring, een verhindering van het ‘dagelijkse leven’? 

Vervolgens is de vraag, of we het gedrag dat we zien voldoende verstaan? En gaat het wel om ‘zien’ of meer om ‘gezien worden’. Of ‘laten zien’. Leiden zorgpaden in de ggz (voor mensen met ernstige psychische aandoeningen) tot verlichting of genezing? Is genezing wel een juiste kwalificatie en als we het over herstel hebben zit daar dan niet stiekem behandeling in verstopt?

Tien jaar na Over de brug blijkt het nog steeds verdraaid lastig om ons denken in het zorgstelselstramien van Zvw, Wlz en Wmo te de-institutionaliseren; de asymmetrie tussen de ‘kenner’ en de ‘niet-kenner’ op te heffen en radicaal andere vormen van gemeenschappelijke kennisontwikkeling te introduceren, tussen de hulpvrager en de professional in. We moeten opnieuw leren leren.

Tegelijk zie ik professionals (artsen, ondersteuners en woonbegeleiders) wegen bewandelen die vóór Over de brug veel minder bewandeld werden. Dat is prachtig nieuws en stemt ontzettend hoopvol. Zelfregiecentra komen op als andersoortige ondersteuning. Iemand uit één van die centra vertelde me een poosje geleden: ‘We zijn nog steeds aan het herstellen van wat ons door de reguliere psychiatrie is aangedaan. Daarom willen we niet zomaar meer samenwerken.’ Ik vond dat pijnlijk om te horen en voelde de klassieke neiging om het bagatelliseren. Niet gedaan. Deze brug moet van twee kanten overgestoken worden. Ervaring ontmoet kennis, zoiets.

Ik zie verder een samenleving die druk is; druk met zichzelf en met de drukte. Het is een hele kunst om daarin te navigeren en open te blijven staan voor anderen. We hebben snel een oordeel klaar en conclusies getrokken, lang niet altijd in het voordeel van mensen die ondersteuning vragen. Tegelijkertijd zie ik ook ‘beweging’: bij bestuurders, organisaties, bij beleidsmakers en financiers. Ik voel me heel bevoorrecht om met toegewijde professionals te mogen werken die vanuit de wetenschap, de theorie en de praktijk zoeken naar nieuwe wegen, aan gene zijde van de brug. Bevoorrecht om met mensen te mogen werken die diepere betekenis aan het leven (van anderen) geven door wat zij zelf hebben doorgemaakt of nog doormaken.

Meer info
3,90
2. Op weg naar herstel?

2. Op weg naar herstel?

Het onderzoeksteam van het programma Zorg en participatie van het Trimbos-instituut schreef een bijdrage op basis van de data van het panel Psychisch Gezien. Wat kan er op grond van deze data (vanaf 2010) over de ontwikkeling van herstel bij mensen met ernstige psychische aandoeningen worden gezegd? Over de brug had de ambitie om achterstanden van mensen met ernstige psychische aandoeningen ten opzichte van de algemene bevolking te verkleinen, door een derde meer herstel van identiteit, gezondheid en participatie bij de doelgroep te realiseren. De projectgroep stelt in het rapport voor om dit ‘een derde meer herstel’ in een later stadium nader te operationaliseren. Dat is voor zover ons bekend niet gebeurd. Uit de overlevering werd duidelijk dat ‘een derde meer herstel’ eerder bedoeld was als een inspirerende ambitie dan als een exact te meten doelstelling. Niettemin: wat kunnen we ruim tien jaar later zeggen over de ontwikkelingen in herstel van mensen met ernstige psychische problematiek op basis van de data van het panel Psychisch Gezien (zie kader)?

PANEL PSYCHISCH GEZIEN
Het panel Psychisch Gezien is een landelijk panel van ongeveer 1.500 mensen met langdurige psychische problemen en geeft inzicht in hun woon-, zorg- en leefsituatie. Over deze onderwerpen wordt sinds 2010 jaarlijks een vragenlijst uitgezet bij de panelleden. In de periode 2015-2020 is het panel ingezet voor de Landelijke monitor ambulantisering en hervorming van de langdurige ggz (laatste publicatie in 2021). Deze monitor richtte zich op het volgen van de ontwikkelingen voortkomend uit het Bestuurlijk akkoord toekomst GGZ (VWS, 2013) en heeft daarmee ook een relatie met Over de brug. Het panel Psychisch Gezien was in deze periode onderdeel van de monitor om de ontwikkelingen mede te kunnen volgen vanuit het perspectief van mensen met langdurige psychische problemen zelf.

2.1 HERSTEL EN DE DATA VAN HET PANEL PSYCHISCH GEZIEN
Een veel gebruikte definitie van herstel is die van Anthony (1993) waarin herstel wordt omschreven als ‘een individueel proces gericht op het hervinden van de persoonlijke identiteit en het hernemen van regie op het leven’. In de zorgstandaard Herstelondersteuning (2017) worden drie aspecten van herstel beschreven: persoonlijk herstel, symptomatisch herstel en maatschappelijk herstel, aansluitend bij de in Over de brug genoemde herstelambities wat betreft identiteit, gezondheid en participatie. Persoonlijk herstel gaat over het ‘hervinden van een eigen persoonlijke identiteit en van een hernieuwde betekenisgeving aan de eigen psychische klachten en het eigen levensverhaal’. Symptomatisch herstel gaat om het verminderen van psychische symptomen (klinisch herstel). Maatschappelijk herstel betreft het ‘herstel van het dagelijkse, sociale en maatschappelijke functioneren en het ontwikkelen of hernemen van sociale en maatschappelijke rollen’.

Meer info
3,90
20. Ruim baan voor peer support

20. Ruim baan voor peer support

In deze bijdrage kijken we terug op de ontwikkeling van Peer-supported Open Dialogue (POD) en op hoe POD bij de uitgangspunten en ambities van Over de brug aansluit. We reflecteren op de mogelijkheden van POD om in de toekomst bij te dragen aan betere samenhang van zorg en betere afstemming tussen klinisch, maatschappelijk en persoonlijk herstel.

20.1 ACHTERGROND: GOEDE ZORG BIJ EPA
Over de brug benoemde twaalf punten van goede zorg (behandeling, begeleiding, ondersteuning) bij ernstige psychische aandoeningen en schetste randvoorwaarden om met een integrale benadering op die punten in tien jaar ‘een derde meer herstel’ onder mensen met zulke aandoeningen te bereiken (zie bijdrage 1). Peer supported Open Dialogue (POD) past als benadering bij zowel de visie op goede zorg uit het rapport als bij de prioriteiten die na vijf jaar in een tussenevaluatie werden gesteld, waar bleek dat ‘een derde meer herstel’ nog nauwelijks dichterbij was gekomen (Couwenbergh & Van Weeghel, 2019). Hierin stelden de onderzoekers onder meer dat de ggz meer zou moeten inzetten op ervaringsdeskundigheid en interventies die het persoonlijk herstel van cliënten bevorderen, en scherpten de aanbevelingen van Over de brug aan: er zou meer inzet van de ggz moeten komen op het maatschappelijk herstel en inclusie (o.a. stigmatisering tegengaan), de afstand tussen behandel-ggz en langdurige ggz zou verkleind moeten worden om stagnatie van herstel beter te kunnen voorkomen, net als de afstand tussen ggz-behandeling en de ondersteuning in het sociaal domein (preventie van chroniciteit).

Zorgvisie Over de brug
Zorg moet streven naar aansluiting bij de individuele hulpbehoeften. Herstel is een individueel proces waarin het niet alleen gaat om terugdringen van symptomen (symptomatisch of klinisch herstel), maar ook om verbetering van functioneren (maatschappelijk herstel) en het herstel van persoonlijke balans (persoonlijk herstel). Dit zijn dimensies die elkaar steeds onderling beïnvloeden. POD is begonnen als een crisisinterventie, maar kan ook veel betekenen in vastgelopen of complexe zorgvragen. POD maakt methodisch ruimte voor ervaringskennis van cliënten en naasten ten behoeve van hun persoonlijke herstel en van de integrale procesmatige afstemming van de zorg daarbij. Dit is in lijn met de beschrijving van goede zorg uit Over de brug. Alles draait om de aansluiting van integrale zorg bij de persoon en zijn netwerk. De focus van Over de brug op herstel, personalized care, samenwerken met naasten, afstemming van de verschillende dimensies van herstel, een integraal zorgaanbod en continuïteit van zorg – ook allemaal aspecten of voorwaarden van de goede werkrelatie – zit verankerd in de methode. De structurele toevoeging van ervaringsdeskundigheid ondersteunt niet alleen de implementatie van ervaringsdeskundigheid waar dat in de praktijk vaak nog moeite kost. Het versterkt vooral de ruimte voor en afstemming op ervaringskennis doordat het vanuit ervaringsdeskundigheid gemakkelijker is om het gesprek te voeren over de betekenis en zin van ervaringen van psychische ontwrichting en over subtiele vormen van stigmatisering en paternalisme. Door de afstemming met de zorg kan POD parallel lopen met een aanbod van effectieve interventies bijvoorbeeld op het gebied van participatie, psychotherapie, traumabehandeling of zelfhulp en kan ook gecombineerd met netwerkgesprekken of resourcegroepen worden toegepast (Corstens et al., 2020).
Peer-supported Open Dialogue (POD) kan een fundamentele bijdrage leveren aan een betere inhoudelijke en organisatorische afstemming van de zorg voor mensen met ernstige psychische aandoeningen.

Meer info
3,90
3. Herstel bij mensen met ernstige psychische aandoeningen

3. Herstel bij mensen met ernstige psychische aandoeningen

In deze bijdrage analyseren onderzoekers data van de jaarlijkse zorgmonitor van de GGZ instelling Altrecht over het algemeen en maatschappelijk functioneren van cliënten over de periode 2017 tot en met 2024 om na te gaan in hoeverre er sprake is van herstel. Kunnen we spreken van een succesvolle missie in de nasleep van het rapport Over de brug als het gaat om de ambitie van ‘een derde meer herstel’?

3.1 ACHTERGROND
‘ Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden die elkaar vroeger schenen te vermijden, worden weer buren.’
Deze dichtregels van Martinus Nijhoff uit 1934 worden geciteerd in het rapport Over de brug (Projectgroep Plan van Aanpak EPA, 2014). Dit rapport beschrijft in een plan van aanpak hoe voor mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA; definitie Delespaul et al., 2013) een brug geslagen kan worden tussen geestelijke gezondheidszorg (ggz) en samenleving. Hulp gericht op deze groep is per definitie toegankelijk, outreachend en integraal gericht op zowel klinische behoeften (vermindering psychische klachten), maar ook op humanitaire behoeften (veiligheid, acceptatie als persoon) en rehabilitatiebehoeften (zelfstandig wonen, sociale contacten, werk) (Swildens, 2020). Om beter in deze behoeften te voorzien werd een landelijk platform ingericht met de naam ‘Herstel voor iedereen’. Hierin ging een groot aantal ggz-instellingen in Nederland tussen 2016 en 2020 aan de slag met innovaties om de ambities van Over de brug concreet vorm te geven en de ervaringen hiermee uit te wisselen.

Regio Utrecht
In het rapport werd aanbevolen om in eerste instantie in de regio zorgnetwerken te ontwikkelen. In de regio Utrecht werd deze aanbeveling door een regionale Taskforce uitgewerkt in een eigen regionale variant, getiteld Volwaardig Burgerschap en Psychiatrie (Taskforce Midden Westelijk Utrecht, 2015). In de regio Utrecht gingen alle 15 FACT-teams gebiedsgericht werken en brachten daarbij een nauwe samenwerking tot stand met de beschermende woonvormen in de regio (Lister en Kwintes) én met voorzieningen voor verslavingszorg en eerstelijnszorg (Van Ens et al., 2024). Dit hield in dat ze als ggz-gebiedsteams verspreid over de regio in een wijk of gebied geplaatst werden, vaak samen met andere zorgvoorzieningen. Daarnaast is er voor de groep jongvolwassenen met psychosekwetsbaarheid een team (vroege-psychoseteam) dat zich sterk inspant voor het betrekken van het naastennetwerk, leefstijlinterventies en rehabilitatie (Van Wel et al., 2013; Swildens et al., 2024).
De implementatie werd eind 2016 gestart met eerste pilots in enkele wijken. In 2018 volgde een brede implementatie. In de Utrechtse plannen werd de ambitie uit het landelijke plan van aanpak als inspiratie overgenomen, namelijk: ‘een derde meer herstel bereiken’. Verschillende domeinen van herstel werden onderscheiden: 1. herstel van algemene gezondheid; 2. herstel van maatschappelijk functioneren, 3. herstel van persoonlijke identiteit.
We geven hier een indicatie van de ontwikkeling in de twee eerstgenoemde domeinen. We maken gebruik van instrumenten uit de jaarlijkse monitoring van mensen uit de ggz-gebiedsteams (FACT) en het vroege-psychoseteam. Onze weergave start mede vanwege beschikbaarheid van data in het jaar 2017, het moment waarop met gebiedsgericht werken (Wullems, 2018; Van Ens et al., 2024) - als uitwerking van Over de brug - werd begonnen.

Meer info
3,90
4. Van behandelen naar samen leren in de psychiatrie

4. Van behandelen naar samen leren in de psychiatrie

In columnvorm kijkt René Keet, lid van de projectgroep Plan van aanpak Over de brug, terug op het plan. De boodschap van toen vindt hij nog altijd actueel. In juni 2025 was ik aanwezig bij de WHO-bijeenkomst Mental Health in All Policies in Parijs. Vertegenwoordigers van overheden, professionals, ervaringsdeskundigen en beleidsmakers verzamelden zich rondom één centrale oproep: mentale gezondheid is niet alleen een kwestie van zorg, maar raakt álle domeinen van het leven – onderwijs, werk, wonen, rechtvaardigheid (WHO European team mental health, 2025). De bijeenkomst resulteerde in de Paris Statement, waarin landen zich verbinden aan een brede, humane benadering van geestelijke gezondheid. De toon was hoopvol: mentale gezondheid vraagt om collectieve verantwoordelijkheid en is geen afzonderlijk zorgprobleem, maar een maatschappelijke opgave.

4.1 HERSTEL ALS LEERPROCES
Die boodschap sluit naadloos aan bij tien jaar Over de brug, een initiatief dat immers ontstond vanuit de behoefte om mensen met ernstige psychische aandoeningen te ondersteunen in de leefwereld, en niet langer enkel binnen de muren van de zorg. Dit is uitgegroeid tot een reeks punten over hoe goede community mental health in de praktijk vorm kon krijgen (Over de brug, 2014).
In de traditionele ggz staat behandeling centraal: diagnose, interventie, evaluatie. Maar herstel laat zich niet vangen in protocollen. Het is, zoals Jaap van der Stel beschrijft in zijn boek Herstel als leerproces geen rechte lijn, maar een proces van zoeken, proberen, betekenis geven – met vallen en opstaan. Herstel is leren leven met kwetsbaarheid en tegelijk ruimte vinden voor hoop, identiteit en verbondenheid (Van der Stel, 2020).

Leerbeweging voor alle betrokkenen
Die leerbeweging geldt niet alleen voor cliënten of de persoon met een psychische kwetsbaarheid. Ook professionals, naasten en beleidsmakers leren. Over de brug biedt ruimte voor die wederkerigheid. Geen ‘wij behandelen, jij herstelt’, maar ‘wij leren samen wat werkt en wat nodig is’. Daarmee wordt een behandeling tot iets wat Anne Laure Le Cunff mooi omschrijft als een reeks ‘tiny experiments’ (Le Cunff, 2025).
Jan Kremer noemt dit de overgang naar the learning era – een tijd waarin zorg niet langer draait om controle en standaardisatie, maar om aanpassingsvermogen, reflectie en cocreatie. In deze benadering zijn de ggz-professionals, de personen met een psychische kwetsbaarheid en hun naasten samen drager van kennis en vaardigheden. Zij leren samen ook met andere sectoren. Iedereen draagt iets bij aan het leerproces (Koksma & Kremer, 2019). Dat vraagt om een andere houding: luisteren in plaats van invullen, samenwerken in plaats van aansturen. Het betekent ook dat fouten niet worden afgestraft, maar benut als kansen om te groeien. De snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie kan deze beweging van samen leren hopelijk versterken (Van Dellen, 2023).

Meer info
3,90
5. Reflectie op 10 jaar over de brug

5. Reflectie op 10 jaar over de brug

Kenniscentrum Phrenos bracht als penvoerder van het rapport Over de brug (2014) werkgroep en experts samen. In deze bijdrage kijken medewerkers van Phrenos terug op vervolgacties na Over de brug. Ook reflecteren zij op wat er voor het veld en cliënten sindsdien veranderd is en op hoe Phrenos daar samen met anderen aan heeft bijgedragen. Wat is er vanuit het perspectief van Phrenos in de toekomst nodig om meer herstel te realiseren?

5.1 ACHTERGROND
Sinds zijn oprichting heeft kenniscentrum Phrenos de missie om bij te dragen aan het herstel en de maatschappelijke participatie van mensen met ernstige psychische problematiek. Deze missie sluit aan bij het denken over rehabilitatie in de psychiatrie en bij de herstelbeweging die sinds de jaren ’80 opkwam en waarin cliënten van de ggz een benadering van hun problemen voorstaan waarin meer begrip is voor persoonlijke betekenis en maatschappelijke context en mogelijkheden. Over de brug heeft bijgedragen aan een breed gedeelde taal en visie op herstel en herstelondersteuning (zie ook bijdrage 1). Dit heeft bij Phrenos en in het veld tot veel initiatieven en ontwikkelingen geleid. Toch constateren we dat de mensen om wie het gaat er vaak nog te weinig van merken.
Pogingen om beter aan te sluiten bij het herstel en de behoeften van mensen met ernstige psychische problematiek en hun naasten laten zien hoe ingewikkeld die aansluiting en afstemming in de praktijk vaak is. Zowel binnen de ggz als bij domeinoverstijgende samenwerking en in de veelheid van inzichten uit allerlei initiatieven en projecten, raakt persoonlijke afstemming van zorg bij het vaak grillige proces van cliënt en naasten gemakkelijk uit het oog, ook bij goede initiatieven die sinds het verschijnen van Over de brug in praktijk zijn gebracht. Bijvoorbeeld het verder brengen van de netwerkzorg (Mulder et al., 2020; 2024), waaraan Phrenos actief heeft bijgedragen en nog altijd bijdraagt.

Om de integrale aanpak die Over de brug noodzakelijk achtte te realiseren is blijvende aandacht nodig voor goede afstemming van nieuwe en bestaande wetenschappelijke en professionele kennis en vaardigheden op de ervaringen van cliënten en hun naasten. Een belangrijke sleutel hiertoe kan zijn het breder verstaan van het begrip ervaringskennis dan de specifieke ervaringskennis van cliënten van ontwrichting alleen.

5.2 KENTERING IN DENKEN OVER REHABILITATIE EN HERSTEL
In de aanloop naar het ontstaan van kenniscentrum Phrenos was in de ggz ruimte voor persoonlijk en maatschappelijk herstel binnen of naast behandeling nog lang niet vanzelfsprekend. Wel was er binnen de psychiatrie het werkveld van de rehabilitatie, die met interventies op het gebied van wonen, werken, leren en sociale contacten lotsverbetering en emancipatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen nastreefde (Van Weeghel & Dröes, 1994). Met de nieuwe ideeën over rehabilitatie in de psychiatrie (Anthony, 2002; Anthony et al, 1999) en met de komst van de herstelbeweging vanaf de jaren 80 kwam er vanaf de jaren 90 langzaam meer aandacht en ruimte voor het begrip herstel (Boevink, 2017; Boevink et al., 2009). Cliënten bepleitten vanuit hun eigen ervaring het afstappen van een eenzijdige nadruk op behandeling van symptomen en vroegen behandelaars om beter af te stemmen op hun ervaringen en eigen inzichten; op hun ‘ervaringskennis’. 

Meer info
3,90
6. Een nieuwe lente voor ervaringsdeskundigen

6. Een nieuwe lente voor ervaringsdeskundigen

Een persoonlijke terugblik uit de beginjaren van het werk van de auteur als ervaringsdeskundige op landelijk niveau.
Als ik terugkijk op Over de brug blijft me vooral bij dat ik natuurlijk had moeten zeggen ‘Ik voelde me een vreemde eend in de bijt’, toen ik me uitsprak over mijn deelname aan de commissie die het rapport schreef. Op het FACT-congres in 2015 zei ik echter dat ik me ‘een koekoeksjong in een nest hoogleraren voelde’. Ik verbaas me nog altijd over de vreemde vergelijking die ik daar maakte. Een koekoeksvrouwtje legt haar eieren in de nesten van andere vogelsoorten in plaats van zelf te broeden. Op de een of andere manier misleiden de eieren en de jongen de ontvangende vogel om haar zorg op hen te projecteren. Van dit alles was in dit kader geen sprake. Zelfs niet in overdrachtelijke zin.

6.1 EERSTE AANZET TOT HERSTELACADEMIES EN ZELFREGIECENTRA
De projectgroep voor Over de brug was de eerste ‘serieuze’ commissie waar ik aan deelnam als ervaringsdeskundige. Ik was zozeer onder de indruk van de titels die alle leden hadden dat ik wanhopig aan Bert Stavenuiter (toen en nu directeur van Ypsilon, de vereniging van naasten van mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid) vroeg hoe ik me moest voorstellen. Zijn opmerking ‘Noem gewoon je naam, dat is genoeg’ stelde me nauwelijks gerust. Ik had op dat moment nog geen idee op welke manier ik kon bijdragen aan de opdracht die de commissie zich had gesteld. Pas jaren later begreep ik met terugwerkende kracht hoe belangrijk het rapport was geweest waaraan ik mijn naam had verbonden.
In het rapport werd voor het eerst over het belang van herstelacademies1 gesproken. Het was dé directe aanleiding voor gemeenten in Zeeland (waar ik mijn werk doe) om in 2016 met ons in gesprek te willen. Men had geen idee wat herstelacademies waren. Ik zette destijds ervaren collega’s van MIND2 in om ons te ondersteunen bij de gesprekken. Tot op dat moment had ik slechts sporadisch de eer om in gesprek te kunnen gaan met beleidsmedewerkers van gemeenten. Het was bevreemdend om te merken hoe dit ene rapport het contact wél tot stand kon brengen. Na een jaar hard werken en vele gesprekken verder gooiden we gedesillusioneerd de handdoek in de ring. Ondanks de steun van MIND was het ons niet gelukt om tot een productieve vertaling te komen van de aanbeveling in het rapport.
Onze verbazing was dan ook groot toen er begin 2017 alsnog groen licht kwam voor de oprichting van twee zelfregiecentra. Waarvan er één hetzelfde jaar nog ter ziele ging. Pas in 2022 ontstonden vier nieuwe centra. En anno 2025 hebben we er in Zeeland 12. Nog even en iedere Zeeuwse gemeente is voorzien. Wat hier ontegenzeggelijk aan heeft bijgedragen is de oprichting in 2021 van de Nederlandse Vereniging voor Zelfregie en Herstel (via de QR-code), de niet-aflatende (financiële) steun van het Oranje Fonds en natuurlijk het IZA (VWS, 2022). Daarin werd afgesproken om in de komende vijf jaar een landelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten op te bouwen.

Meer info
3,90
7. Erfenis en impact van over de brug

7. Erfenis en impact van over de brug

Philippe Delespaul schreef als psycholoog en hoogleraar innovaties in de ggz mee aan Over de brug en was daar een van de voorvechters voor de verbreding van het herstelbegrip en meer verbinding met de wereld buiten de ‘silo’ van de ggz. Jaap van Weeghel was voorzitter van de projectgroep en Hans Kroon was op de achtergrond vanuit het Trimbos-instituut betrokken. Het werd een interessant gesprek ‘onder professoren’ over hoe de ambitie van één derde meer herstel zich verhoudt tot de huidige opvattingen over publieke gezondheid, het denken in netwerken en ecosystemen en het belang van oplossingen die mogelijkheden vergroten boven ‘quick fixes’.

7.1 CONTEXT EN HOOFDBOODSCHAP VAN OVER DE BRUG
Hoe kijk je terug op de totstandkoming van Over de brug? 
‘Het was een boeiend momentum. Het was ook interessant hoe de werkgroep toen samengesteld werd, hoe verschillende partijen er vertegenwoordigd waren. Er was een pioniersmentaliteit om bij elkaar te komen op een moment dat je hoopte dat er veel zou gaan veranderen. Er was volop ambitie om veel te veranderen.’ Waren er toen al inzichten die ‘overbrugd’ moesten worden?
‘De sfeer was heel open en goed. Er waren wel verschillen van inzicht, tussen de wat meer ‘datagedreven’ mensen van de klassieke evidentie of die meer stoornisspecifiek redeneerden, en de mensen vanuit de positie van de herstelbeweging.
Hier was soms frustratie over alle dingen die niet goed gingen, met wat zwartboekachtige reflecties op de zorg. Al met al een boeiend gremium. Overigens is die tegenstelling als thema nog onveranderd aanwezig in de ggz.’ Wat was volgens jou de belangrijkste boodschap van het hele plan?

‘De hoop was op herstel en dat meer mogelijk was dan alleen de status quo handhaven of de crisis eraf halen. De sfeer van ‘yes, we can’. We zaten in een kantelmoment naar de overtuiging, vanuit de hoopvolle evidentie die onder andere Mark van der Gaag inbracht, dat er qua herstel meer mogelijk was. Symbolisch werd dat de ambitie van een derde meer herstel.’

7.2 NASLEEP EN UITDAGINGEN NA OVER DE BRUG
‘Wat is concreet een derde meer herstel?’ ‘Toen werd de beweging naar meer herstel vooral gedreven door de wetenschappelijke evidentie van klinische interventies zoals cognitieve gedragstherapie, traumabehandeling en vroege interventie bij psychose. Hoewel het rapport als hersteldocument werd ontvangen, werd herstel toch meer opgevat als het ‘fixen’ van ziekte of stoornis met klinische interventies. Als we nu maar meer inzetten op de interventies, klinisch of maatschappelijk, dan komt het wel op zijn pootjes terecht. Persoonlijk geloofde ik daar toen al minder in. De hoop dat de verlossing zou komen van een derde meer interventies, was terugkijkend wel naïef. Maar het behandeloptimisme overheerste.’

Meer info
3,90
8. Over de brug: scharnierpunt in de tijd

8. Over de brug: scharnierpunt in de tijd

Een blik vanuit het perspectief van de gemeente en alle veranderingen in het sociaal domein vanaf 2015. In alle hectiek van ons werk zien we vaak pas achteraf de momenten die een kantelpunt vormen in ons denk- en handelingskader. Tien jaar geleden was er zo’n periode waarin veel veranderde. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) werd ingrijpend gewijzigd: begeleiding, beschermd wonen en jeugdzorg werden voortaan gemeentelijke taken. De AWBZ verdween in het vergeetwoordenboek. Maar ook op andere vlakken was er de drang om te vernieuwen. De samenwerking onder de naam Over de brug is daar een mooi voorbeeld van. Wat in het rapport terechtkwam was niet revolutionair, maar het was wel een mooie materialisatie van wat er aan ideeën leefde en van de wil om samen het verschil te maken.

8.1 ‘WIN-WIN’?
De uitbreiding van de Wmo in 2015 kwam mede voort uit een ‘win-win’ gedachte. Het was een manier om de zorg te decentraliseren, de kwaliteit van zorg te verbeteren, kosten te beheersen en de zelfredzaamheid van burgers te bevorderen. Het was dus een combinatie van – soms tegengestelde – drijfveren en belangen. De aanpassing paste in de bredere zorgtransitie die bedoeld was om de zorginfrastructuur aan de ene kant efficiënter en tegelijk ook effectiever te maken. Als een verandering aan zoveel verwachtingen moet voldoen, is het niet vreemd om tien jaar later vast te stellen dat veel van die beloften niet zijn ingelost.
De aangekondiging van de aanpassing van de wet zorgde bij veel partijen voor een versneld denkproces. Bij gemeenten kwam de vraag op hoe zij optimaal invulling konden geven aan hun nieuwe taken. Maar ook andere partijen dachten na over de nieuwe verhoudingen en hun plek daarin. Gelukkig keken ze daarbij niet alleen naar hun eigen belangen, maar ook naar de belangen van de burgers voor wie al deze veranderingen toch de grootste gevolgen zouden hebben. Vaak werden de discussies over de transitie gevoerd tussen sceptici en mensen die kansen zagen.
Het was in die periode dat kenniscentrum Phrenos de VNG benaderde om mee te denken in een brede groep over de problematiek van de mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA). Ook hier was de drijfveer voor mijn gevoel divers: van partijen die bezorgd waren of deze groep in het transitietumult niet onder zou sneeuwen, tot partijen die in de nieuwe verhoudingen een mooie kans zagen om eindelijk meters te maken voor deze relatief kleine groep mensen, die met veel psychische en sociale problematiek te maken hebben. De uitkomst van deze brede overleggroep zou in oktober 2014 landen in het rapport Over de brug, en het rapport benoemde een duidelijke, ambitieuze, maar ook haalbare doelstelling: één derde meer herstel voor deze groep.

8.2 PARALLELLE PROCESSEN
Tegelijk liep er een visietraject vanuit de VNG onder leiding van Erik Dannenberg, die kort daarvoor was afgezwaaid als wethouder van Zwolle. Dat traject moest antwoord geven op de vraag van gemeenten hoe zij hun nieuwe opdracht rond het bieden van beschermd wonen optimaal vorm konden geven. Het mondde uit in het invloedrijke rapport Van beschermd wonen naar beschermd thuis (VNG, 2015). Deze breed gedragen visie werd voor de VNG de leidraad als het ging om aanpassingen van het systeem voor beschermd wonen (BW) en aanvankelijk ook de maatschappelijke opvang (MO).

Meer info
3,90
9. Vijf jaar actieplatform herstel voor iedereen (HVI) (2016-2020)

9. Vijf jaar actieplatform herstel voor iedereen (HVI) (2016-2020)

Twee betrokkenen van het eerste uur reflecteren op het initiatief Herstel voor Iedereen, opgezet om gevolg te geven aan het appel van Over de brug om de zorg voor mensen met een ernstige psychische aandoening te verbeteren. Wat heeft het Actieplatform Herstel voor Iedereen bereikt, wat heeft deelnemers geïnspireerd en wat staat er nog te doen? 

9.1 EEN KATALYSATOR VOOR VERANDERING
Het Actieplatform Herstel voor Iedereen (HvI) werd in 2016 opgericht als reactie op Over de brug. Het doel was om de zorg voor mensen met ernstige psychische aandoeningen daadwerkelijk te verbeteren en om meer ruimte te creëren voor herstel door momentum te behouden voor de ambitie van Over de brug. Ieder van ons werd getroffen door de ambitie van een derde meer herstel uit het rapport Over de brug. Er sprak hoop uit. Vanuit ons beider ervaring als psychiater wisten we dat het aantal mensen met een ernstige psychische aandoening erg constant bleef. Het plan van aanpak gaf concrete aanknopingspunten om mee aan de slag te gaan.

9.2 HET ONTSTAAN VAN ACTIEPLATFORM HERSTEL VOOR IEDEREEN
Het Actieplatform HvI ontstond in 2016 uit een groep van bestuurders die samen zochten naar manieren om de ambitie van een derde meer herstel te realiseren. In 2015 kwamen op een winteravond in een kaal zaaltje bij een station in Utrecht, vijf bestuurders van verschillende instellingen bijeen: Altrecht, inGeest, Noord-Holland-Noord, Lister en GGNet. We besloten om buiten de gebaande paden te denken en samen te werken aan betere zorg voor mensen met een ernstige psychische aandoening zoals beoogd in Over de brug.

‘Gideonsbende’ in dienst van één derde meer herstel 
Hier werd wat we later een ‘Gideonsbende’ zouden noemen, geboren. Die term was een knipoog naar het idee van een kleine, vastberaden groep, een voorhoede die zich in een lange, moeizame strijd vastbijt. Wij wilden concrete veranderingen bewerkstelligen in de zorg voor deze doelgroep. We richtten het platform op en spraken af dat onze instellingen hun plannen binnen een jaar zouden presenteren en bijdragen aan het gezamenlijke doel.
In dit proces vroegen we om hulp van ervaringsdeskundigen, wetenschappers en andere experts. We nodigden collega-bestuurders uit voor bijeenkomsten en stelden een gezamenlijk plan op. Een groot aantal instellingen toonde zich bereid om daadwerkelijk actie te ondernemen. Het bescheiden initiatief groeide uit tot het Actieplatform Herstel voor Iedereen, dat tot doel had de ambitie van Over de brug te vertalen naar praktische initiatieven.

9.3 HET WERK VAN HET ACTIEPLATFORM
De instellingen van het Actieplatform Herstel voor Iedereen ontwikkelden en implementeerden gezamenlijk plannen om één derde meer herstel te realiseren. Ze presenteerden die aan elkaar (wat en hoe gaan we het bij ons doen) tijdens bijeenkomsten, waarin ze feedback kregen van de andere leden. Het platform groeide binnen twee jaar van vijf naar zestien deelnemers, dankzij het ‘zwaankleef- aan’-principe: zodra een instelling zich aansloot, volgden er anderen. De bijeenkomsten werden drie keer per jaar gehouden en waren bedoeld voor het delen van kennis, ervaringen en best practices. Daarbij werd bewust gekozen voor een gemengde groep van ervaringsdeskundigen, behandelaren, onderzoekers, beleidsmedewerkers en bestuurders, zodat alle lagen in de organisaties en verschillende kennisbronnen bij elkaar kwamen.

Meer info
3,90
Epiloog - Over de brug en dan verder

Epiloog - Over de brug en dan verder

Terugkijkend op de afgelopen tien jaar proberen we de balans op te maken van de betekenis van Over de brug. We kijken naar wat er volgens de auteurs van voorafgaande hoofdstukken (hierna aangeduid als ‘auteurs’) en andere bronnen van de voorstellen in het rapport terecht is gekomen en wat daarbij een rol speelde. Vervolgens willen we op hoofdlijnen de thema’s aangeven die naar onze mening de komende jaren urgent zijn bij inspanningen om de gezondheid, kwaliteit van leven en maatschappelijke positie van mensen met ernstige psychische aandoeningen te verbeteren.

EVALUATIE
De juiste inhoud op het juiste moment
De auteurs tonen zich eensgezind: Over de brug kwam met de juiste inhoud op het juiste moment. Het rapport bracht geen revolutionaire inhoud, maar het gaf de vernieuwende ideeën van toen en een brede blik op herstel en hulpverlening goed weer, vanuit een sterk gevoelde urgentie. Met alle grote veranderingen in de organisatie en financiering van de zorg voor de deur, waardoor de zorg voor mensen met ernstige psychische aandoeningen tussen wal en schip dreigde te vallen (‘lost in transition’) was er behoefte aan een verbindende visie die inspeelde op de nieuwe realiteit maar vooral een zorginhoudelijk perspectief schetste.
Ook de titel viel in goede aarde. Het ging erom de andere kant, de netwerkpartner, te versterken, omdat geen enkele partij deze klus alleen kon klaren. De brug symboliseert de verbinding tussen verschillende partijen. Verbinding tussen ggz, gemeenten, zorgverzekeraars, cliënten- en familieorganisaties. Binnen de psychiatrie gaat het om de verbinding tussen de academische psychiatrie en de ggz. Binnen de geneeskunde betreft het bruggen tussen psychiatrie, somatische zorg en verslavingszorg. En het gaat evenzeer om bruggen tussen professional, cliënt en familie (Keet, 2014). Zo konden titel en inhoud meerdere partijen mobiliseren.
In de projectgroep was het gedeelde ideaal om te komen tot integrale netwerkzorg, regionaal opgezet, waarbij behandeling, begeleiding en ondersteuning op elkaar zijn afgestemd. Met herstel en participatie als kernbegrippen. Overigens memoreren Irene van der Giessen en Bert Stavenuiter dat cliënten en naasten maar minimaal in de projectgroep vertegenwoordigd waren. Irene van der Giessen merkte pas later hoe belangrijk het rapport was, toen bleek dat Over de brug gemeenten over de streep kon trekken om herstelcentra mogelijk te maken en de meerwaarde van ervaringsdeskundigheid te erkennen. 
Zelf herinneren we ons dat het rapport niet door iedereen enthousiast ontvangen werd, vaak vanuit bezorgdheid over deelbelangen. Sommigen vonden dat de positie van het F-ACT model in de beoogde zorgvernieuwing onderbelicht werd. Anderen meenden dat er te weinig oog was voor het beschermd en begeleid wonen. Vanuit de academische psychiatrie kwam de kritiek dat het rapport te weinig aandacht besteedde aan diagnosegebonden behandelingen. Enthousiastere geluiden kwamen uit cliëntenorganisaties en de herstelbeweging. Zij beschouwden de nadruk op herstelprocessen, empowerment en ervaringsdeskundigheid als een welkome steun in de rug voor hun eigen opvattingen en initiatieven.

Meer info
3,90
Participatie en Herstel 1 - 2026 (Complete uitgeve)

Participatie en Herstel 1 - 2026 (Complete uitgeve)

INHOUD

VOORWOORD 8

DEEL 1. AMBITIES ROND HERSTEL

1. OVER DE BRUG TIEN JAAR LATER 12
Hoe, wat en waarom in het licht van maatschappelijke trends
Jaap van Weeghel en Gerdie Kienhorst

2. OP WEG NAAR HERSTEL? 24
Bevindingen van het panel Psychisch Gezien in de periode 2016-2024
Aafje Knispel, Lex Hulsbosch, Robin Smi ts, Anne van Jaarsveld en Hans Kroon

3. HERSTEL BIJ MENSEN MET ERNSTIGE PSYCHISCHE AANDOENINGEN 39
Een geslaagde missie?
Wilma Swildens, Duygu Gulgun en Welmoed van Ens


DEEL 2. PERSPECTIEVEN VAN DIRECT BETROKKENEN

4. VAN BEHANDELEN NAAR SAMEN LEREN IN DE PSYCHIATRIE 52
René Keet

5. REFLECTIE OP 10 JAAR OVER DE BRUG 55
Afstemming als grote uitdaging
Dienke Boer tien, Maroun Nader, Barbara Stringer en Lot te Smeenk

6. EEN NIEUWE LENTE VOOR ERVARINGSDESKUNDIGEN 66
Irene van de Giessen

7. ERFENIS EN IMPACT VAN OVER DE BRUG 69
Interview met Philippe Delespaul

Jaap van Weeghel en Hans Kroon opgetekend door Gerdie Kienhorst

8. OVER DE BRUG: SCHARNIERPUNT IN DE TIJD 81
Ico Kloppenburg

9. VIJF JAAR ACTIEPLATFORM HERSTEL VOOR IEDEREEN (HVI) (2016-2020) 86
Terugblikken en vooruitkijken
Kees Lemke en Elsbeth de Ruijter

10. VOORBIJ DE DROOM VAN NETWERKZORG 91
Over de brug 10 jaar later
Floortje Scheepers

11. INSPIRATIE VOOR EEN PALET AAN MAATSCHAPPELIJKE OPLOSSINGEN IN DE LANGDURIGE GGZ 94
Persoonlijke terugblik op ‘Over de brug’
Louise Olij opgetekend door Max Huber

12. ‘DE GGZ WAS EEN NOGAL IN ZICHZELF GEKEERD EILAND DAT ALLES OP DAT GGZ-EILAND WILDE OPLOSSEN’ 102
Interview met Bert Stavenuiter
Alie Weerman, inter iewer


DEEL 3. PERSPECTIEVEN 2015-2025

13. HERSTEL DICHT(ER)BIJ VOOR IEDEREEN 112
Ontwikkelingen na Over de brug vanuit het perspectief van MIND
Katinka Hellweg en Greetje Senhorst

14. EEN MODERNE GGZ ALS AANJAGER VAN VERANDERING 122
Procesgericht werken aan herstel
Koen Westen, Samuël Hartgers, Annegeer t Michielse, Bregje van der Wallen, Dide Hoop en Philippe Delespaul

15. EEN WIJK WAAR IEDEREEN WELKOM IS 130
Terugblik op tien jaar W in de Wijk
Marijn van Ballegooijen

16. THUIS IN HERSTEL: DE TOEKOMST VAN BESCHERMD WONEN (BW) 138
Een sociaal-ecologische analyse van praktijk, beleid en perspectief
Charlot te Wunderink, Ellen Meijer en Liset te van der Meer

17. TIEN JAAR ENIK RECOVERY COLLEGE 149
Een blik op het verleden, heden en de toekomst
Marloes van Wezel, Annelies Broos, Anne Evers en Naomi Vet

18. GEWONE MENSEN, BIJZONDERE VERBINDINGEN 162
Zelfregie- en herstelorganisaties nemen een vlucht
Sonja Visser en Wilma Boevink

19. WAT OGEN ZIEN… 171
Jan-Willem Bedeaux

20. RUIM BAAN VOOR PEER SUPPORT 174
De bijdrage van POD bij herstelondersteuning
Martijn Kole en Dienke Boertien

EPILOOG 183
Over de brug en dan verder
Jaap van Weeghel, Margit van der Meulen, Hans Kroon en Stynke Castelein

LITERATUUR 207

REDACTIE EN AUTEURS 208

Meer info
29,00
Voorwoord

Voorwoord

Het rapport Over de brug, het ambitieuze plan van aanpak voor betere behandeling, begeleiding en ondersteuning bij ernstige psychische aandoeningen in Nederland, verscheen in het najaar van 2014. Waarom zou je een boek willen wijden aan een rapport dat al meer dan tien jaar oud is? Dat moet wel een bijzonder document zijn geweest. Dat was het in bepaalde opzichten zeker. Ten eerste werden destijds de gepresenteerde visie en ambities in brede kring positief ontvangen.

Positieve ontvangst
Over de brug was tot stand gebracht door een breed samengestelde projectgroep van belanghebbenden en (ervarings)deskundigen die door kenniscentrum Phrenos naar aanleiding van het Bestuurlijk akkoord toekomst GGz (VWS, 2013) in opdracht van de betrokken partijen werd ingericht. Het rapport waarvan Phrenos penvoerder was, verwoordde goed hoe ook mensen met ernstige psychische problemen kunnen herstellen, welke ondersteuningsbehoeften zij hebben en hoe we de juiste hulp voor hen kunnen organiseren. Daarmee bood het rapport een duidelijk perspectief in een tijdsgewricht waarin zo ongeveer het hele zorglandschap op de schop ging. Lang niet alle inhoud in Over de brug was nieuw, maar omdat de gepresenteerde voorstellen aanhaakten bij een bredere vernieuwingsbeweging in en rond de ggz, konden velen ermee instemmen.

’Een derde meer herstel in 2025’
Dit boek was oorspronkelijk bedacht als een themanummer voor het tijdschrift Participatie en Herstel. Als redactie wilden we vooral terugkomen op Over de brug vanwege de overkoepelende ambitie: de voorgestelde inspanningen moesten ertoe leiden dat er in 2025 ‘een derde meer herstel’ bij de doelgroep zou zijn bereikt. Alleen al die ambitie nodigt ons uit om nu, 11 jaar later, na te gaan wat er met de aanbevelingen is gedaan en of dit inderdaad substantieel meer herstel heeft opgeleverd. Wat is er wel en niet gelukt, en wat kunnen we daarvan leren voor de nabije toekomst? Hoe actueel is de visie van Over de brug nu nog? Welke inhoudelijke thema’s zien we voor de komende jaren?

Meer info
Gratis