Het rapport Over de brug, het ambitieuze plan van aanpak voor betere behandeling, begeleiding en ondersteuning bij ernstige psychische aandoeningen in Nederland, verscheen in het najaar van 2014. Waarom zou je een boek willen wijden aan een rapport dat al meer dan tien jaar oud is? Dat moet wel een bijzonder document zijn geweest. Dat was het in bepaalde opzichten zeker. Ten eerste werden destijds de gepresenteerde visie en ambities in brede kring positief ontvangen.
Positieve ontvangst
Over de brug was tot stand gebracht door een breed samengestelde projectgroep van belanghebbenden en (ervarings)deskundigen die door kenniscentrum Phrenos naar aanleiding van het Bestuurlijk akkoord toekomst GGz (VWS, 2013) in opdracht van de betrokken partijen werd ingericht. Het rapport waarvan Phrenos penvoerder was, verwoordde goed hoe ook mensen met ernstige psychische problemen kunnen herstellen, welke ondersteuningsbehoeften zij hebben en hoe we de juiste hulp voor hen kunnen organiseren. Daarmee bood het rapport een duidelijk perspectief in een tijdsgewricht waarin zo ongeveer het hele zorglandschap op de schop ging. Lang niet alle inhoud in Over de brug was nieuw, maar omdat de gepresenteerde voorstellen aanhaakten bij een bredere vernieuwingsbeweging in en rond de ggz, konden velen ermee instemmen.
’Een derde meer herstel in 2025’
Dit boek was oorspronkelijk bedacht als een themanummer voor het tijdschrift Participatie en Herstel. Als redactie wilden we vooral terugkomen op Over de brug vanwege de overkoepelende ambitie: de voorgestelde inspanningen moesten ertoe leiden dat er in 2025 ‘een derde meer herstel’ bij de doelgroep zou zijn bereikt. Alleen al die ambitie nodigt ons uit om nu, 11 jaar later, na te gaan wat er met de aanbevelingen is gedaan en of dit inderdaad substantieel meer herstel heeft opgeleverd. Wat is er wel en niet gelukt, en wat kunnen we daarvan leren voor de nabije toekomst? Hoe actueel is de visie van Over de brug nu nog? Welke inhoudelijke thema’s zien we voor de komende jaren?