Tussen weten en niet-weten: ervaringskennis in de praktijk van mentaliseren

Tussen weten en niet-weten: ervaringskennis in de praktijk van mentaliseren

Productgroep Waardenwerk 2026 105
€ 3,90
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

In opmaat naar haar lectorale rede op 10 juni ter installatie als lector GGZ, is Simona Karbouniaris in gesprek gegaan met Thomas Zwetsloot en Jonas Weijers. In het gesprek zoekt ze naar een antwoord op de vraag hoe ervaringskennis, mentaliseren en herstelgerichte zorg elkaar kunnen versterken.

Drie perspectieven, één praktijk 
Binnen GGZ Rivierduinen werken Thomas Zwetsloot, Jonas Weijers en Simona Karbouniaris ieder vanuit een andere positie aan dezelfde opgave: herstelgerichte, menswaardige specialistische geestelijke gezondheidszorg.

Ervaringskennis als emancipatiepraktijk
Ervaringskennis en -deskundigheid verwijst naar kennis die voortkomt uit persoonlijke ervaringen met psychische kwetsbaarheid, herstel en contact met de zorg. Wanneer deze ervaringen worden verdiept, gedeeld en verbonden aan collectieve inzichten, kan ervaringskennis een professionele en aanvullende bron van kennis vormen naast wetenschappelijke en klinische expertise (Borkman, 1976). Binnen de ggz krijgt dit onder meer vorm via herstelactiviteiten en peer support, waarbij gedeelde ervaringen worden ingezet ter ondersteuning van persoonlijke groei.

Voor Thomas is ervaringsdeskundigheid meer dan het delen van persoonlijke verhalen. Het is, in zijn woorden, ‘bijdragen aan de emancipatie van de zorgvrager en het faciliteren van zelf hulp’. In de praktijk betekent dit dat hij herstelwerkgroepen begeleidt waarin cliënten met elkaar in gesprek gaan, en dat hij oud-cliënten opleidt tot maatjes voor huidige cliënten.

Deze nadruk op peer support – mensen die elkaar ondersteunen vanuit een gedeelde ervaring – vormt een wezenlijk andere invalshoek dan de klassieke professionele benadering. Waar professionals vaak werken met methoden, richtlijnen en diagnoses, richt ervaringsdeskundigheid zich op herkenning, erkenning en hoop.

‘Wat ik scherp houd,’ zegt Thomas, ‘is taalgebruik en stigma. In taal zit veel verpakt. Ook zelfstigma. Hoe iemand naar zichzelf kijkt.’ Daarmee verschuift de focus van ‘wat iemand heeft’ naar ‘wie iemand is’ en ‘wat iemand meemaakt’. Deze benadering sluit nauw aan bij bredere ontwikkelingen binnen de GGZ waarin herstel niet alleen wordt gezien als symptoomreductie, maar als het hervinden van betekenis, regie, identiteit en verbinding.

Mentaliseren: een relationeel mensbeeld
Mentalisation-Based Treatment (MBT) vond sinds de jaren 2000 steeds meer ingang binnen de Nederlandse ggz. Centraal staat het vermogen tot mentaliseren: het begrijpen van eigen en andermans gedrag in termen van onderliggende gevoelens, gedachten en intenties. De MBT-benadering, zoals Jonas aanvult, vertrekt vanuit een relationeel mensbeeld.

Dit vermogen staat onder druk bij mensen met complexe problematiek, zoals persoonlijkheidsproblematiek, trauma en psychosegevoeligheid. Veel cliënten binnen het MBTteam hebben langdurig complexe en ernstige psychische aandoeningen, vaak met een combinatie van klachten. Uit recent promotieonderzoek van psychiater Saskia Knapen (2024), wordt duidelijk dat epistemisch vertrouwen een belangrijke rol speelt in de behandeling. Epistemisch vertrouwen wordt beschouwd als een relatief stabiel, maar contextgevoelig vermogen om informatie van anderen als betrouwbaar, relevant en bruikbaar voor jezelf te ervaren. Het gaat dus niet alleen om iemand geloven, maar om de bereidheid om je open te stellen voor wat een ander je probeert mee te geven en daar daadwerkelijk van te kunnen leren. Dit vermogen hangt sterk samen met veilige gehechtheid en mentaliseren. Mensen ontwikkelen dit vertrouwen in relaties waarin zij zich gezien, erkend en begrepen voelen. Wanneer iemand opgroeit met onveiligheid, trauma of afwijzing, kan juist epistemisch wantrouwen ontstaan: een voortdurende alertheid op de intenties van anderen, moeite om hulp toe te laten of informatie snel ervaren als onveilig, controlerend of niet relevant.