Redactioneel

Redactioneel

Productgroep Participatie en Herstel 2 - 2026
Gratis

Omschrijving

Sommige mensen laten een spoor na dat niet alleen zichtbaar blijft in boeken, artikelen of organisaties, maar ook in de manier waarop we naar elkaar kijken. Jos Dröes was zo iemand. Deze afl evering van ons tijdschrift staat in het teken van een nalatenschap die diep verweven is geraakt met de Nederlandse rehabilitatie- en herstelbeweging. Niet alleen door wat Jos schreef of ontwikkelde, maar ook door de vragen die hij bleef stellen. Vragen over menselijkheid, autonomie en kwetsbaarheid, en de plaats van het subjectieve verhaal in de zorg. In zijn werk stond steeds dezelfde beweging centraal: weg van de mens als object van behandeling, op weg naar de mens als drager van betekenis, behoeften en ervaring. Hij hielp een generatie professionals begrijpen dat herstel niet begint bij protocollen of diagnoses, maar bij het serieus nemen van het verhaal van de persoon die leeft met psychisch lijden. Dat inzicht loopt als een rode draad door dit nummer heen.

Het In Memoriam door Jaap van Weeghel laat zien hoe groot Jos’ betekenis is geweest voor de rehabilitatie in Nederland en voor het denken over herstel. De herpublicatie van het hoofdstuk De rehabilitatie van het subjectieve maakt zichtbaar hoe persoonlijk én moedig zijn ontwikkeling als psychiater was. Hij beschreef daarin niet alleen een veranderde visie, maar ook een verandering van zichzelf. Aansluiten bij kernpunten uit de nalatenschap
De overige bijdragen sluiten daar op natuurlijke wijze bij aan. Irene van de Giessens lezing over samen leren, twijfel en ervaringskennis raakt aan thema’s die Jos dierbaar waren: ruimte maken voor subjectiviteit en het belang van relationeel leren. Haar observaties beschrijven een praktijk waar Jos gedurende zijn hele loopbaan naar zocht: een praktijk waarin mensen niet gereduceerd worden tot diagnose, protocol of rol, maar werkelijk gezien worden in hun volle ervaring en verlangen. Als Irene schrijft dat we ‘samen moeten leren kiezen voor de weg van de minste zekerheid, maar met de meeste betekenis’, raakt ze daarmee de essentie van herstelondersteunend werken. Niet alles vastleggen of beheersen, maar ruimte maken voor ontmoeting en zeker ook voor twijfel. Het staat buiten kijf dat dit moed vraagt – van cliënten, van ervaringsdeskundigen én van professionals.