Reacties - Nieuwe kleren voor de GGZ. Goede GGZ tegenwerpingen

Reacties - Nieuwe kleren voor de GGZ. Goede GGZ tegenwerpingen

Productgroep Participatie en Herstel 3 - 2016
3,90

Omschrijving

Naïef optimist of blijven bij een ggz met gebonden handen? Philippe Delespaul, Michael Milo, Wilma Boevink, Jim van Os met antwoord van Ed van Hoorn
Reactie op Ed van Hoorn, Nieuwe kleren voor de GGZ. Goede GGZ tegenwerpingen met een aanvullend editoriaal en congresbespreking van Jos Dröes. Participatie en Herstel 2 juni 2016
De Nieuwe GGZ streeft naar een ggz die beter in staat is om mensen te helpen. Ze voert hiertoe een maatschappelijke discussie over gewenste innovaties in de ggz. De term 'innovatie' heeft overigens minder betrekking op de nieuwe ideeën (velen zijn al decennia bekend) maar om de (radicale) implementatie van deze ideeën. De Nieuwe GGZ heeft enkel oplossingen die we samen met elkaar in cocreatie bedenken en in praktijk brengen. Met betrekking tot deze discussie vormen de bijdragen in dit tijdschrift van Van Hoorn en Dröes waardevolle aanvullingen in de meningsvorming en de maatschappelijke discussie rond innovatie in de ggz. En in de strategie om deze innovatie in de praktijk te brengen. Mensen met een ernstig psychisch lijden zijn in Nederland (en ver daar buiten) immers niet goed af.
Het onderliggende thema van de inbreng van Van Hoorn en Dröes is of 'iemand die psychisch lijdt beter af is buiten de ggz'. Voor hen (en zonder te veralgemenen veel mensen uit de cliëntenbeweging) lijkt het antwoord eenduidig 'ja' te zijn. De psychiatrie is intrinsiek ongezond (ziek makend) en een hinderpaal voor herstel. ]e kunt alleen buiten psychische hulpverlening herstellen. Voor anderen is het antwoord eenduidig 'nee' - alleen de curatieve psychiatrie kan menselijk lijden verminderen en de-psychiatrisering zal onmiskenbaar leiden naar verwaarlozing. Tussen deze uiteenlopende stellingen lijkt een soort domeinsplitsing in de maak: dat de psychiatrie zich terugtrekt in het curatieve domein (veel professionals dromen daarvan) en het participatie- en (persoonlijk) hersteldomein overlaten aan cliënten en het maatschappelijk veld (de cliëntenbeweging beleeft hierin een Renaissance). Er is weinig geloof dat er enige winst te halen is om integraal op te trekken.
Om eerlijk te zijn worden wij ook wanhopig van sommige ontwikkelingen in het veld en denken dan dat de ggz slechts door disruptie zal veranderen. Maar voorlopig kiezen wij er voor om naïef optimistisch te denken dat we na 40 jaar dromen (ja, oude wijn in nieuwe zakken) eindelijk werk maken van een maatschappelijk geïntegreerde ggz. Het momen-tum hiervoor is nog nooit zo goed geweest.