Terugkijkend op de afgelopen tien jaar proberen we de balans op te maken van de betekenis van Over de brug. We kijken naar wat er volgens de auteurs van voorafgaande hoofdstukken (hierna aangeduid als ‘auteurs’) en andere bronnen van de voorstellen in het rapport terecht is gekomen en wat daarbij een rol speelde. Vervolgens willen we op hoofdlijnen de thema’s aangeven die naar onze mening de komende jaren urgent zijn bij inspanningen om de gezondheid, kwaliteit van leven en maatschappelijke positie van mensen met ernstige psychische aandoeningen te verbeteren.
EVALUATIE
De juiste inhoud op het juiste moment
De auteurs tonen zich eensgezind: Over de brug kwam met de juiste inhoud op het juiste moment. Het rapport bracht geen revolutionaire inhoud, maar het gaf de vernieuwende ideeën van toen en een brede blik op herstel en hulpverlening goed weer, vanuit een sterk gevoelde urgentie. Met alle grote veranderingen in de organisatie en financiering van de zorg voor de deur, waardoor de zorg voor mensen met ernstige psychische aandoeningen tussen wal en schip dreigde te vallen (‘lost in transition’) was er behoefte aan een verbindende visie die inspeelde op de nieuwe realiteit maar vooral een zorginhoudelijk perspectief schetste.
Ook de titel viel in goede aarde. Het ging erom de andere kant, de netwerkpartner, te versterken, omdat geen enkele partij deze klus alleen kon klaren. De brug symboliseert de verbinding tussen verschillende partijen. Verbinding tussen ggz, gemeenten, zorgverzekeraars, cliënten- en familieorganisaties. Binnen de psychiatrie gaat het om de verbinding tussen de academische psychiatrie en de ggz. Binnen de geneeskunde betreft het bruggen tussen psychiatrie, somatische zorg en verslavingszorg. En het gaat evenzeer om bruggen tussen professional, cliënt en familie (Keet, 2014). Zo konden titel en inhoud meerdere partijen mobiliseren.
In de projectgroep was het gedeelde ideaal om te komen tot integrale netwerkzorg, regionaal opgezet, waarbij behandeling, begeleiding en ondersteuning op elkaar zijn afgestemd. Met herstel en participatie als kernbegrippen. Overigens memoreren Irene van der Giessen en Bert Stavenuiter dat cliënten en naasten maar minimaal in de projectgroep vertegenwoordigd waren. Irene van der Giessen merkte pas later hoe belangrijk het rapport was, toen bleek dat Over de brug gemeenten over de streep kon trekken om herstelcentra mogelijk te maken en de meerwaarde van ervaringsdeskundigheid te erkennen.
Zelf herinneren we ons dat het rapport niet door iedereen enthousiast ontvangen werd, vaak vanuit bezorgdheid over deelbelangen. Sommigen vonden dat de positie van het F-ACT model in de beoogde zorgvernieuwing onderbelicht werd. Anderen meenden dat er te weinig oog was voor het beschermd en begeleid wonen. Vanuit de academische psychiatrie kwam de kritiek dat het rapport te weinig aandacht besteedde aan diagnosegebonden behandelingen. Enthousiastere geluiden kwamen uit cliëntenorganisaties en de herstelbeweging. Zij beschouwden de nadruk op herstelprocessen, empowerment en ervaringsdeskundigheid als een welkome steun in de rug voor hun eigen opvattingen en initiatieven.