Zingeving vormt een onderdeel van herstel. Er is echter handelingsverlegenheid in zorg rond zingeving. Waar zou deskundigheidsbevordering op gericht moeten zijn? Dit artikel gaat in op een empirisch onderzoek naar de samenhang tussen motivaties van ambulante ggz-professionals om zingeving al dan niet te betrekken in hun zorg, hun competenties hierin en hun persoonlijke manier van zingeven. Hoewel professionals gemotiveerd zijn, hangt het van hun persoonlijke affiniteit met zingeving af of professionals zingeving in de volle breedte betrekken. Met name vaardigheden in het actief bespreken van existentiële zingeving vragen aandacht in deskundigheidsbevordering.
Zingeving en herstel
Het belang van zingeving in herstelondersteunende zorg
Mensen met een psychische aandoening of een psychische kwetsbaarheid hebben vaak (impliciete) zingevingsvragen, bijvoorbeeld rond verlies van levensmogelijkheden, wanhoop en isolement, identiteit en zelfbeeld, mogelijke betekenis van psychisch lijden of het vinden van hernieuwde levensoriëntatie (zorgstandaard Herstelondersteuning, 2021). Ggz-cliënten hebben daarom behoefte aan aandacht voor hun zingevingsproces (Awara & Fasey, 2008; D’Souza, 2002; Van Uden & Pieper, 2000; Van Nieuw Amerongen- Meeuwse et al., 2019). Maar hoewel ook volgens professionals aandacht voor zingeving tot betere behandelresultaten leidt1, voorzien ggz-instellingen slechts gedeeltelijk in deze behoefte (Nieuw-amerongen Meeuwse, Schaap-Jonker & Braam, 2022).2
Alma en Smaling (2010, blz. 23) beschrijven zingeving als ‘de persoonlijke verhouding tot de wereld waarin het eigen leven geplaatst wordt in een breder kader van samenhangende betekenissen, waarbij doelgerichtheid, waardevolheid, verbondenheid en transcendentie worden beleefd, samen met competentie en erkenning, zodat ook gevoelens van motivatie en welbevinden worden ervaren’. Zingeving vormt een belangrijk aspect van herstel (zorgstandaard Herstelondersteuning, 2021). Antony’s (1993) beschrijving van een herstelproces als het ontwikkelen van nieuwe betekenisgeving aan en nieuwe doelen in het leven van mensen met een psychische kwetsbaarheid, toont overeenkomsten met de bovengenoemde beschrijving van zingeving.
Verbondenheid, hoop, identiteit, betekenis in het leven en grip op het leven dragen bij aan herstel (Leamy et al., 2011) en hangen sterk samen met het ervaren van zin. De zorgstandaard Herstelondersteuning (2021) en de zorgstandaard Zingeving in de psychische hulpverlening (2023) pleiten dan ook voor aandacht voor de zingeving van cliënten en zonodig het inschakelen van een geestelijk verzorger. Zorg rond zingeving is, volgens deze standaarden en de internationale spiritual care3 benadering, een gezamenlijke taak voor alle zorgverleners waarbij de geestelijk verzorger een bijzondere plaats inneemt (Leget, 2017). De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Internationale Raad voor Verpleegkundigen beschouwen zingeving als een essentieel onderdeel van de gezondheidszorg als geheel (Vlasblom, 2016). Daarbij vinden cliënten dat niet alleen geestelijk verzorgers maar ook andere professionals oog moeten hebben voor zingeving (Van Uden & Pieper, 2000). Zingeving is idealiter ‘een dimensie van alle zorg en niet primair een domein van een specifi ek beroep’ (Van der Kolm, 2012, blz. 49).