Cognitieve Adaptatie

Cognitieve Adaptatie

Productgroep Participatie en Herstel 3 - 2016
3,90

Omschrijving

Een interventie voor mensen met ernstige psychische aandoeningen die langdurend intensieve klinische zorg nodig hebben
Nederland biedt voor zo’n 21.000 mensen met een ernstige psychische aandoening (EPA) zorg in beschermende woonvoorzieningen of op ‘verblijfsterrei-nen’ in de ggz (Knispel e.a., 2014). Deze mensen hebben vaak last van blijvende symptomen door medicatieresistentie en ervaren problemen in de lichamelijke gezondheid, zelfzorg en het dagelijks functioneren. Het langdurende verblijf in dergelijke voorzieningen leidt bij deze mensen tot hospitalisatie, verdere stigmatisering en verlies van identiteits- en omgevingsbesef. Zelfstandig functioneren en meedoen in de samenleving is voor de meeste van deze mensen op dit moment dan ook moeilijk te realiseren. Niet alleen negatieve symptomen en functioneringsproblemen spelen hierin een rol, maar ook cognitieve beperkingen. Het gaat dan om bijvoorbeeld moeilijkheden met plannen, organiseren en het geheugen. Om de zelfredzaamheid van deze groep mensen te verbeteren, zullen interventies die zich richten op het verbeteren van het dagelijks functioneren dan ook moeten aansluiten bij het cognitieve niveau van de cliënt.

Wat is Cognitieve Adaptatie Training (CAT)?

Ongeveer 20 jaar geleden publiceerden Velligan en collega’s voor het eerst over een psychosociale interventie genaamd Cognitieve Adaptatie Training, kortweg CAT Cognitieve Adaptatie Training (Velligan e.a., 1996). CAT richt zich op het verbeteren van het dagelijks functioneren van mensen met cognitieve beperkingen door het ontwikkelen van zogenaamde compensatiestrategieën. Denk bijvoorbeeld aan omgevingshulpmiddelen, zoals ingesproken wekkers, lijstjes waarin activiteiten in kleine stukjes worden geknipt en (gekleurde) affiches waarop mensen bijvoorbeeld worden herinnerd aan tanden poetsen of de deur op slot draaien. Op basis van de individuele cognitieve vermogens én beperkingen wordt een dergelijke compensatiestrategie ingezet om de cognitieve beperkingen te omzeilen, zodat een persoonlijk doel toch bereikt kan worden (Velligan e.a., 2009). Hoewel het gebruik van omgevingshulpmid-delen in de woonbegeleiding van mensen met EPA, en ook bij andere doelgroepen zoals mensen met hersenletsel, zeker niet nieuw is (denk aan ergotherapie), biedt CAT nieuwe mogelijkheden. Met CAT zoeken we namelijk eerst uit wat de oorzaak is van de problemen in het dagelijks functioneren, voordat we aan een doel gaan werken. Dat wordt gedaan door een CAT-specialist. De CAT-specialist start altijd met een omgevingsinterview (Environmental and Functional Assessment; EFA) om een beeld te krijgen van het dagelijks functioneren van de cliënt in zijn eigen omgeving. Tijdens dit interview loopt de CAT-specialist samen met de cliënt door het hele huis, en vraagt de cliënt wat de cliënt zoal doet in huis en hoe hij deze dingen precies aanpakt. Dit kan variëren van koken, schoonmaken, wassen tot het bijhouden van een agenda. Bij sommige onderdelen vraagt de CAT-specialist ook of de cliënt kan voordoen hoe hij die taak daadwerkelijk aanpakt.
Vanwege de aard van de beperkingen die mensen met EPA ervaren, wordt er nogal eens voor hen bedacht wat ze nodig hebben. Bij CAT zijn cliënten betrokken bij het ontwikkelen van hun strategie.