Sozio 2 2026

Sozio 2 2026

Halt aan recidive

Omschrijving

Dankzij Ed

Criminaliteit
Nederland in cijfers

Het gesprek aangaan: ook als het moeilijk is

Young Perspectives: Het jongerenperspectief centraal

Preventie en repressie in balans

Muzikale representaties van detentie Gecomponeerde wegen naar desistance

Samen werken aan zinvolle detentie Geloof in herstel

Hoe Denemarken, Zweden, Noorwegen en Finland van detentie meer maken dan vrijheidsberoving

Wat het leefklimaat doet met langgestrafte gedetineerde
Leven achter tralies, langdurig

Peter komt terug, maar hoe?

Rots en water en jeugdcriminaliteit

Binnen beginnen, om buiten te winnen 
Zinvolle detentie begint waar het oordeel ophoudt

Vroegtijdige schuldenaanpak is fundamenteel voor zinvolle detentie en succesvolle re-integratie

Wat Werkt?
Minder dan we denken, meer dan we doen

Vader-kindrelaties
Als sleutel tot zinvolle detentie

Can do
Zinvolle detentie en perspectief na vrijlating in het Canadese gevangeniswezen

Zinvolle detentie

Bouwen aan een ‘Goed Leven’

Huis van herstel Twente
‘Dit was mijn reddingsboei’

Waarom (ex) gedetineerden met een lvb andere begeleiding nodig

Het gesprek aangaan: ook als het moeilijk is

Het gesprek aangaan: ook als het moeilijk is

In de overige* forensische zorg verblijven veel cliënten in het kader van een voorwaardelijk strafdeel of een voorwaardelijke invrijheidstelling (VI). Zij worden geplaatst vanuit het gevangeniswezen en door de reclassering. In uiteenlopende woonvormen worden zij ondersteund bij hun re-integratie in de samenleving.

Kenmerkend voor deze situatie is de relatief grote vrijheid die cliënten genieten: in forensisch beschermd begeleid wonen zijn zij vele uren per dag buiten het zicht van begeleiders, en bij de reclassering zijn ze doorgaans hele dagen niet in beeld. Dit roept een fundamentele vraag op: hoe kan een professional iemand die in een onvrijwillige positie contact met de hulpverlener moet onderhouden, werkelijk ondersteunen bij het nakomen van afspraken en het werken aan een delictvrije toekomst? De doelen zijn helder — het verlagen van de kans op herhaald delictgedrag en het bieden van perspectief op een volwaardig en zinvol bestaan — maar de weg ernaartoe verloopt zelden rechtlijnig.
De aanpak van recidive vraagt van de professional dat hij balanceert tussen zorg, veiligheid en autonomie (Krechtig, 2015). Daarin schuilt een fundamentele spanning: de professional is zowel begeleider als toezichthouder en treedt, indien nodig, ook op als handhaver.
In de praktijk blijkt het daadwerkelijk voeren van het moeilijke gesprek een terugkerend struikelblok. Wanneer een cliënt voorwaarden overtreedt of signalen afgeeft die wijzen op voortgezet crimineel handelen, blijven professionals opvallend vaak zwijgen. Dit artikel onderzoekt waarom dit het geval is, wat de kosten zijn van zwijgen en waarom het aangaan van het gesprek — ook als het moeilijk is — een essentiële professionele competentie vormt. Onderzoek heeft aangetoond dat een eenzijdige benadering primair gericht op risico en controle minder effectief is dan een aanpak die naast controle ook aandacht heeft voor responsiviteit, motivatie en de werkalliantie (Menger & Donker, 2016; Sturm, 2026). * Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg die onderdeel zijn van een straf of maatregel. Tbs met dwangverpleging is de zwaarste vorm van forensische zorg. Alle andere vormen heten overige forensische zorg.

Handelingsverlegenheid: een herkenbaar fenomeen
Binnen forensisch beschermd begeleid wonen is het een veelgehoord signaal: professionals die vermoeden of zelfs constateren dat een cliënt zich niet aan afspraken houdt, vinden het moeilijk dit bespreekbaar te maken. De reactie “we zijn toch geen politie?” klinkt herkenbaar en illustreert een dilemma dat door velen in het forensisch sociale werk wordt gevoeld. De vrees bestaat dat confrontatie leidt tot afhaken van de cliënt en een aantasting van de werkalliantie. Soms wordt de oplossing gezocht in uitplaatsing. Maar het daadwerkelijke gesprek blijft dan achterwege.

Dit verschijnsel heeft een naam: handelingsverlegenheid. Het wordt omschreven als het onvermogen om adequaat te handelen in situaties die dat wél vereisen, voortkomend uit aarzelingen bij de professional of uit structurele factoren binnen de organisatie. Handelingsverlegenheid kent meerdere oorzaken. Op het niveau van de individuele professional speelt onzekerheid over de eigen competenties: ‘Heb ik de signalen wel goed geïnterpreteerd?’ en ‘Beschik ik over voldoende vaardigheden om dit gesprek goed te voeren?’ Op het relationele niveau spelen vragen als: ‘Kan ik iemand begrenzen als we nog geen goede relatie hebben opgebouwd?’ En op het organisatieniveau ontbreekt soms de ruggensteun die professionals nodig hebben om moeilijke beslissingen te durven nemen. Het gevolg is dat signalen onbesproken blijven, terwijl de cliënt verder afdrijft (Grenswijs, z.d.).

Meer info
3,90
Huis van herstel Twente - ‘Dit was mijn reddingsboei’

Huis van herstel Twente - ‘Dit was mijn reddingsboei’

Dit artikel beschrijft beknopt de werkwijze van HvHT en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek door Hogeschool Rotterdam lectoraat Vakmanschap Forensische Zorg naar de mate waarin gedetineerden binnen HvHT worden voorbereid op hun re-integratie. Ook komt deelnemer Peter aan het woord, hij vertelt over zijn ervaringen en wat HvHT voor hem heeft betekend.

Huis van Herstel Twente
HvHT is een kleinschalige laag beveiligde detentievoorziening, gelegen in het groen op een steenworp afstand van de hoofdlocatie van PI Almelo, De Karelskamp. HvHT is er voor mannelijke gedetineerden, die bij HvHT aangeduid worden als ‘deelnemers’. Gemotiveerde gedetineerden uit alle Penitentiaire Inrichtingen (PI’s) in Nederland kunnen in de laatste fase van hun detentie (maximaal de laatste 18 maanden voor het einde van hun detentie) in aanmerking komen voor plaatsing in HvHT in Almelo. Voorwaarde is dat zij na uitstroom gaan wonen in een van de Twentse gemeenten. Binnen HvHT werken zij, met ondersteuning van de lokale gemeenten en ketenpartners, aan hun re-integratie. Het doel is dat zij na hun vrijlating delictvrij kunnen participeren in de maatschappij en kunnen functioneren als burger, partner, vader en/of werknemer.

23.000 gedetineerden
Jaarlijks keren ongeveer 23.000 gedetineerden na detentie terug in de maatschappij (Berghuis et al., 2024). Veel van hen kampen met complexe problematiek (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2017); bij het merendeel betreft dit een verscheidenheid aan psychosociale en psychische problematiek, verslavingsproblematiek, een licht verstandelijke beperking (lvb) en/of is er sprake van schulden. De recidivecijfers na detentie liggen in Nederland al decennialang op hetzelfde hoge niveau. Binnen twee jaar na vrijlating recidiveert 47% van de exgedetineerden en belandt 27% weer in de cel (Dienst Justitiële Inrichtingen [DJI], 2021). Voldoende reden om een innovatief detentieconcept te ontwikkelen dat bijdraagt aan een succesvolle reintegratie v n gedetineerden, en daarmee aan het terugdringen van de kans op nieuw delictgedrag.
HvHT is een innovatief concept, waarmee in Twente concreet invulling wordt gegeven aan de afspraken in het bestuurlijk akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie. Re-integratie van (ex-)justitiabele burgers’ uit 2019 (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2019). In dit akkoord hebben de drie belangrijkste ketenorganisaties, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), de drie reclasseringsorganisaties (3RO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), in het kader van re-integratie – vastgelegd dat zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het realiseren van een succesvolle re-integratie van gedetineerden.
HvHT is een partnerschap van de PI Almelo (DJI), de drie reclasseringsorganisaties (3RO) en de veertien Twentse gemeenten. Het is daarmee een netwerkorganisatie. HvHT kent een regionale aanpak en werkt samen met lokale instanties, zoals forensische ggz- en begeleid wonen organisaties. HvHT wil andere (detentie-)instellingen en gemeenten inspireren om gebruik te maken van deze werkwijze of elementen daarvan.

Kracht- en re-integratiegerichte werkwijze
De aanpak van HvHT is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en praktijkervaringen en is in de praktijk van HvHT ontwikkeld en beproefd. De werkwijze is onderbouwd, beschreven en geëvalueerd door Hogeschool Rotterdam, lectoraat Vakmanschap Forensische Zorg. Lees meer over de werkwijze in de blauwdruk ‘Herstelgerichte detentie: een op krachten- en re-integratiegerichte werkwijze’ (Valenkamp et al., 2026).

De basismethodiek van de werkwijze is Krachtwerk, waarbij de eigen kracht en regie van deelnemers centraal staan (Wolf & Jonker, 2021) . Deelnemers werken aan op maat gerichte doelen ten aanzien van huisvesting, werk of opleiding en krijgen waar nodig behandeling voor bijvoorbeeld verslaving of trauma. Ook wordt ingezet op herstel van contact met familie, wat de kans op succesvolle terugkeer vergroot. Aan de hand van een fasenmodel bouwen deelnemers stap voor stap meer vrijheden en verantwoordelijkheid op. Zo kunnen zij geleidelijk wennen aan het leven buiten. Ook het gezin van de deelnemer kan stapsgewijs wennen aan de terugkeer van hun partner of vader. Tegelijk wordt samengewerkt met externe organisaties, zodat ondersteuning na detentie direct doorloopt. De werkwijze vindt plaats binnen een kleinschalige en laagbeveiligde detentieomgeving. Veiligheid wordt vooral bereikt via goede relaties tussen medewerkers en deelnemers (relationele beveiliging), met vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid als uitgangspunt (Souverein et al., 2023). Dit ondersteunt een veilige terugkeer in de samenleving.

Meer info
3,90
Sozio 2 2026 - Halt aan recidive (complete editie)

Sozio 2 2026 - Halt aan recidive (complete editie)

Meer info
14,95
Waarom (ex) gedetineerden met een lvb andere begeleiding nodig hebben

Waarom (ex) gedetineerden met een lvb andere begeleiding nodig hebben

De cijfers zijn al jaren bekend, maar de oplossing blijft achter. In Nederland komt bijna de helft van de ex-gedetineerden binnen twee jaar opnieuw in aanraking met justitie. Bij mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) ligt dit percentage nog hoger. De vraag is dan ook niet óf het anders moet, maar hoe. De praktijk laat zien dat een cruciale factor vaak ontbreekt: begeleiding die aansluit bij de leefwereld van deze doelgroep.

Een structureel onderschat probleem
Op basis van screeningsonderzoek (Kaal, 2016) wordt geschat dat 30 tot 40% van de gedetineerden kenmerken heeft van een licht verstandelijke beperking. Toch blijft deze problematiek in veel gevallen onopgemerkt of onvoldoende erkend. Dat heeft directe gevolgen voor de fase na detentie.

Van ex-gedetineerden wordt verwacht dat zij zelfstandig hun leven opnieuw inrichten. Juist voor mensen met een lvb blijkt dit bijzonder ingewikkeld. Zij lopen vast in complexe regelgeving, missen overzicht, hebben beperkte probleemoplossende vaardigheden en zijn vaak sterk beïnvloedbaar. Wat in beleid regelmatig wordt gezien als onwil, blijkt in de praktijk vaak onvermogen.

De kostbare cyclus van terugval
De gevolgen zijn groot. Voor de persoon zelf en voor de maatschappij. Tegelijkertijd laat de maatschappelijke businesscase van Overvest en Dock4 (2018) zien dat een integrale aanpak voor gedetineerden met een lvb naar verwachting leidt tot minder recidive en lagere maatschappelijke kosten. De conclusie is duidelijk: de grootste winst ligt niet in zwaardere interventies, maar in betere en meer passende begeleiding.

De kloof tussen systeem en leefwereld
Een belangrijke oorzaak van terugval ligt in de wijze waarop ondersteuning is ingericht. Huidige systemen gaan uit van zelfredzaamheid, eigen regie en het vermogen om complexe processen te overzien. Voor mensen met een lvb is dat vaak niet realistisch. Hierdoor ontstaat een fundamentele kloof. Systemen communiceren abstract en complex, terwijl mensen met een licht verstandelijke beperking juist concreet en praktisch denken. Verwachtingen sluiten niet aan op vaardigheden. Het gevolg is dat mensen afhaken, zorg mijden of verkeerde keuzes maken, met alle gevolgen van dien.

Een andere benadering: continuïteit en vertrouwen
Om deze kloof te overbruggen is een andere aanpak nodig. Niet gericht op losse interventies, maar op duurzame begeleiding met één vast aanspreekpunt.

Binnen de aanpak van ‘LeefMEE’ speelt de levensloopconsulent een belangrijke rol: een professional die naast de (ex-)gedetineerde staat, al tijdens detentie betrokken kan zijn en een vertrouwensband opbouwt. De levensloopconsulent ondersteunt op meerdere leefgebieden en vertaalt complexe systemen naar begrijpelijke stappen. Juist die combinatie van nabijheid, continuïteit en praktische begeleiding maakt het verschil.

Meer info
3,90
Wat het leefklimaat doet met langgestrafte gedetineerde - Leven achter tralies, langdurig

Wat het leefklimaat doet met langgestrafte gedetineerde - Leven achter tralies, langdurig

De maximale tijdelijke gevangenisstraf voor moord werd in 2006 verhoogd van twintig naar dertig jaar. Met de inwerkingtreding van de Wet Straffen en Beschermen in 2021 moeten langgestrafte gedetineerden een groter deel van hun straf feitelijk uitzitten — vervroegde voorwaardelijke invrijheidsstelling is nog slechts mogelijk tot maximaal twee jaar vóór het einde van de straf, waar dat eerder na twee derde van de straf kon. En in 2023 werd de maximale straf voor doodslag verhoogd van vijftien naar vijfentwintigjaar.

Deze beleidsveranderingen zijn niet zonder gevolgen. Momenteel zit een derde van alle gedetineerden in Nederlandse penitentiaire inrichtingen (PI's) een straf van drie jaar of langer uit. Dat aandeel zal de komende jaren verder stijgen. De vraag die dit oproept, is niet alleen hoelang mensen vastzitten, maar ook: wat doet het gevangeniswezen met hen? Welke omstandigheden treffen langgestrafte personen aan, en wat zijn de gevolgen daarvan voor hun welzijn, gedrag en terugkeer in de samenleving? Op verzoek van de Tweede Kamer deed het Wetenschappelijk 

Onderzoek- en Datacentrum
(WODC) in 2025 uitgebreid literatuuronderzoek naar precies die vragen. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen van dat rapport samengevat en in perspectief geplaatst. Het gaat niet om de vraag óf detentie schadelijk is — dat is al decennialang bekend — maar om de vraag welke omstandigheden binnen de gevangenis het verschil maken, en hoe die kunnen worden verbeterd.

Het leefklimaat als analytisch kader
Het WODC-onderzoek maakt gebruik van het begrip leefklimaat: alle omstandigheden in detentie die van invloed zijn op het welzijn en gedrag van gedetineerden, zowel tijdens als na hun straf. Het leefklimaat is opgedeeld in zes dimensies: veiligheid, autonomie, contacten binnen de gevangenis (met personeel en medegedetineerden), contacten met de buitenwereld, zinvolle dagbesteding en de fysieke omgeving en faciliteiten. Aanvullend wordt het effect van het beveiligingsniveau apart behandeld. Voor elk van deze dimensies is gekeken naar effecten op drie uitkomstgebieden: welzijn en gezondheid, gedrag tijdens detentie (waaronder wangedrag en middelengebruik), en recidive en re-integratie na vrijlating. De onderzoekers analyseerden 168 empirische studies en 47 overzichtsstudies, gepubliceerd vanaf 2000, die betrekking hebben op gedetineerden met een straf van minimaal één jaar.

Bevindingen per dimensie

Veiligheid
Onveiligheid in de gevangenis hangt overtuigend samen met minder welzijn, meer wangedrag en hogere recidive. Wie slachtoffer wordt van geweld, intimidatie of diefstal, ervaart chronische stress die doorwerkt tot lang na vrijlating. Kwetsbare groepen — zoals zedendelinquenten en transgender personen — voelen zich significant minder veilig dan andere gedetineerden, met alle psychische gevolgen van dien. Opvallend genoeg vinden studies naar de relatie tussen onveiligheid en middelengebruik nauwelijks een verband, maar de bredere schade aan gezondheid en maatschappelijke re-integratie is duidelijk aangetoond.

Autonomie
Autonomie in detentie gaat over meer dan vrijheid van beweging. Het omvat keuzevrijheid, voorspelbaarheid van regels en procedures, en de mate waarin iemand invloed heeft op zijn eigen situatie (outcome control). Kwalitatief onderzoek laat zien dat een gebrek aan autonomie leidt tot stress, angst, frustratie en psychische problemen. Juist voor langgestrafte personen — die jaren in een systeem leven dat weinig zeggenschap biedt — kan dit cumulatieve schade veroorzaken. Studies laten ook zien dat meer autonomie samenhangt met lagere recidive, al is het causale mechanisme nog niet volledig opgehelderd.

Contacten met detentiepersoneel
De relatie tussen gedetineerden en de penitentiair inrichtingswerker is een van de best onderzochte dimensies van het leefklimaat. Zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek toont aan dat respectvolle, eerlijke bejegening door personeel samenhangt met meer welzijn en minder wangedrag. Gedetineerden die zich als mens behandeld voelen, gedragen zich anders dan degenen die voortdurend worden bejegend als een veiligheidsrisico. Dit principe van procedurele rechtvaardigheid — het gevoel én ervaren dat regels eerlijk worden toegepast — blijkt zelfs sterker samen te hangen met gedrag dan de inhoud van de regels zelf.

Meer info
3,90
Young Perspectives: Het jongerenperspectief centraal

Young Perspectives: Het jongerenperspectief centraal

Als je met jongeren praat over hun tijd in een justitiële jeugdinrichting, hoor je vaak dezelfde woorden: stilstand, wachten, tijd uitzitten. Het recidivecijfer onder jongeren in Nederland liegt er niet om: detentie draagt nog te vaak onvoldoende bij aan het afzweren van criminaliteit. Hoe kun je de tijd in detentie zinvoller benutten?

Hoe wordt een verblijf in een justitiële jeugdinrichting een aanmoediging tot het opbouwen van een constructief leven?
Young Perspectives gelooft dat het antwoord bij de jongeren zelf ligt. Zinvolle detentie in het jeugdstrafrecht begint niet bij praten over jongeren, maar met hen. In dit artikel vertellen we hoe we dat doen.

Young Perspectives (YOPE) werkt met en voor jongeren, in en na geslotenheid. We ontmoeten hen tijdens creatieve en sportieve workshops die we geven in (forensische) jeugdzorginstellingen. Tijdens deze workshops leren zij vaardigheden van artiesten als rappers of acteurs, die ze kunnen zien als rolmodellen. Ze raken geïnspireerd over wat allemaal mogelijk is, en kunnen verbeeldingen maken over een ander leven. Jongeren die enthousiast zijn over YOPE en behoefte hebben aan sociaal contact, worden gekoppeld aan een mentor van YOPE. 

Deze vrijwillige mentor gaat zonder dossierkennis en zonder behandelplan anderhalf jaar lang op bezoek. De jongere kan zichzelf opnieuw voorstellen en bepaalt zelf waar het gesprek over gaat. Met jonge ex-gedetineerden die hun reflecties en ervaringen willen delen om de strafrechtketen te verbeteren, doen we trainings- en adviesopdrachten. Na hun tijd in detentie worden ze begeleid door YOPE en krijgen de titel YOPE-expert.

Jaarlijks spreken zij duizenden professionals uit de gehele jeugdstrafrechtketen. De YOPE-experts zetten hun ervaring ook in om jongeren die in geslotenheid zitten direct te inspireren. Dit doen ze met een Peer2Peer-workshop: een YOPE-expert en een YOPE-docent staan samen voor een groep jongeren in een justitiële jeugdinrichting (JJI). Ze ontmoeten de jongeren in de klas of op hun leefgroep. De docent, getraind door YOPE in het leiden van een Peer2Peer, opent het gesprek en bewaakt de veiligheid en structuur ervan. Hij of zij leidt het gesprek via een opbouw langs het verleden, de periode in detentie en de toekomst. Hierbinnen deelt de expert zijn persoonlijke ervaringen. Thema’s als keuzes maken, loyaliteit, groepsdruk, verlies en schaamte komen voorbij.

Het levensverhaal dat wordt gedeeld omvat veel elementen waarin zij zich herkennen. Dit nodigt de jongeren uit hun eigen verhaal te delen, vragen te stellen en zo van elkaar, de expert en de docent te leren. De jongeren gaan tijdens de workshop zelf aan de slag. Via creatieve opdrachten krijgen zij de ruimte om hun eigen verhaal te verkennen en vorm te geven. Sommigen gebruiken woorden, anderen beeld of muziek. Door bijvoorbeeld een rap te schrijven, een tekening te maken of korte zinnen op papier te zetten, worden ervaringen en mogelijkheden tastbaar.

Elke workshop eindigt met een moment van reflectie samen met de groepsbegeleiders in de JJI. Jongeren delen wat hen is bijgebleven, wat hen raakt en wat ze meenemen. Niet alleen voor de jongeren zelf maar ook voor de begeleiders levert dit waardevolle inzichten op over wat er leeft in de groep en welke thema’s aandacht vragen.

Inzichten van Young Perspectives
Tijdens alle YOPE-diensten (de workshops, de mentorgesprekken, trainingen en adviesopdrachten van de experts) horen we veel verhalen van jongeren. Door een setting te creëren waar ze kunnen ontspannen en fantaseren, ontstaat er ruimte voor reflectie. Daar komen wijze lessen en ideeën uit voort. De belangrijkste les uit de praktijk is helder: de kennis en het inzicht over hoe detentie zinvol kan zijn, ligt bij ervaringsdeskundige jongeren zelf. Zij hebben zelf ervaren hoe het is om vast te zitten, te zoeken, te twijfelen en wat er nodig is om weer vooruit te komen.

Meer info
3,90