Sozio 1 2026

Sozio 1 2026

Kennis die werkt!

2026

Omschrijving

  • Hoop helpt
  • Kennisfetisjisme
  • Welke kennis telt, en wie bepaalt dat?
  • Waar kennis elkaar ontmoet
  • Woorden die werken
  • Wie begrijpt wie nu niet?
  • Van inzicht naar impact
  • Impactonderzoek
  • Over het benoemen en realiseren van impact in het sociaal werk
  • Wanneer evalueren leren wordt.
  • Van pilot naar praktijk:
  • Het ValleiLab als infrastructuur
  • Kennis over innovaties
  • Leren als hefboom voor transitie:
  • ‘Een potpourri van mensen 
  • De jeugdzorg transformeert niet met meer kennis alleen 
  • Leren van ervaringen van gezinnen
  • Stress-sensitieve hulp
  • Je ziet het pas als je het doorhebt. 
  • Onderzoek naar seksueel siblingmisbruik:
  • Van binnen naar buiten:
  • De bescherming van kinderen begint in de opleidingen
  • Van Spel naar Skills:
  • Zo draagt beroepsregistratie bij aan de kwaliteit van sociaal werkers
  • Kennis die werkt
  • Polarisatie navigeren
  • Van denken naar doen
  • Het gebruik van straatcultuur als ervaringsdeskundigheid
Je ziet het pas als je het doorhebt

Je ziet het pas als je het doorhebt

We gebruiken ons vakgebied ‘geweld in afhankelijkheidsrelaties’ als voorbeeld. Veertig jaar geleden was hier weinig of geen kennis over. Dat is nu wel anders: er is veel kennis over dit fenomeen. Maar benutten we die kennis voldoende? Immers, kennis hebben betekent niet automatisch dat er iets mee wordt gedaan. In dit artikel onderzoeken we kennis vanuit drie perspectieven: de kennis-actiekloof, constructieve ontevredenheid en coherent samenwerken. Deze thema’s zijn breed toepasbaar binnen het sociaal domein, de (jeugd)zorg en de veiligheidsketen.

DE KENNIS-ACTIEKLOOF
Tot ver in de jaren zeventig werd geweld in de relationele sfeer nauwelijks (h)erkend als maatschappelijk probleem. Seksueel geweld in gezinnen werd gezien als uiterst zeldzaam. Niet omdat er geen signalen waren, maar omdat het eenvoudigweg ondenkbaar werd geacht dat vaders, broers of andere familieleden kinderen zouden misbruiken. Het gezinsideaal was heilig; incest paste daar niet in. Kinderen die hun verhaal vertelden, werden vaak niet geloofd. Hun ervaringen werden afgedaan als fantasie, leugens of beïnvloeding. Het probleem was dus niet dat men het niet kón weten, maar dat men het niet wílde weten. Hardnekkige overtuigingen zorgden ervoor dat de ervaringskennis van kinderen structureel werd genegeerd, gebagatelliseerd of als onbetrouwbaar werd weggezet.

In de jaren tachtig werd voor het eerst grootschalig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar seksueel geweld bij kinderen in Nederland (Draijer, 1988). Dit onderzoek liet zien dat incest geen uitzondering was, maar een van de meest voorkomende vormen van seksueel geweld tegen kinderen. Er was nu empirische kennis. Toch werd ook deze met scepsis ontvangen: ‘Dit kan niet waar zijn’, ‘Het zal wel overdreven zijn’, ‘Dat is feministische propaganda’. Desondanks betekende het onderzoek een doorbraak. Seksueel misbruik werd bespreekbaar; het taboe werd voorzichtig doorbroken.
De cijfers uit het wetenschappelijk onderzoek kregen betekenis door de verhalen die naar voren kwamen in zelfhulpgroepen, lotgenotengroepen en de vrouwenopvang. Deze ervaringskennis maakte invoelbaar en concreet wat incest en misbruik doen met het leven van mensen. Wetenschappelijke kennis en ervaringskennis versterkten elkaar en maakten duidelijk dat het niet ging om incidenten, maar om een structureel maatschappelijk probleem. Toch leidde dit niet vanzelf tot verandering. Het activisme van de vrouwenbeweging en de professionaliteit van de vrouwenhulpverlening waren nodig om seksueel geweld politiek en maatschappelijk te agenderen.

Nieuwe inzichten leiden dus niet automatisch tot nieuw handelen. Dit illustreert de kennis-actiekloof: de hardnekkige afstand tussen weten en doen. De stap van erkenning naar beleid en praktijk ontstaat pas in het samenspel van wetenschappelijke kennis, ervaringskennis én maatschappelijke druk.

Systemen veranderen traag, organisaties werken met vaste routines en belangen, en gevoelige thema’s roepen al snel weerstand op. Juist daarom waren en zijn voorvechters cruciaal. Emeritus hoogleraar Francien Lamers-Winkelman nam het initiatief voor het Kinder- en Jeugdtraumacentrum, vanuit de overtuiging dat gespecialiseerde traumazorg voor kinderen structureel verankerd moest worden. Iva Bicanic speelde een sleutelrol bij de totstandkoming van het Centrum Seksueel Geweld, waar medische, forensische en psychosociale hulp samenkomen. Beiden wachtten niet tot systemen in beweging kwamen, maar creëerden zelf nieuwe voorzieningen. Zij overbrugden de kennis-actiekloof door wetenschap, praktijk en maatschappelijke urgentie met elkaar te verbinden. Dat is ook onze opdracht als professionals: ruimte maken voor verhalen, het ongemak niet uit de weg gaan en zichtbaar blijven maken waar systemen tekortschieten. Juist in het dagelijks werk – in gesprekken, in het serieus nemen van signalen, in het benoemen van patronen – dragen we bij aan verandering. Zo kan kennis stap voor stap uitgroeien tot handelen en tot betere bescherming en ondersteuning van mensen die te maken hebben met geweld of andere complexe problemen.

Meer info
€ 3,90
Polarisatie navigeren: hoe sociaal werkers koers kunnen houden in gepolariseerde situaties

Polarisatie navigeren: hoe sociaal werkers koers kunnen houden in gepolariseerde situaties

Polarisatie wordt vaak samengevat als ‘wij-zij-denken’ en sociaal werkers merken dat deze tegenstellingen tussen mensen steeds vaker voorkomen. Gesprekken verharden sneller, mensen raken eerder gekwetst en emoties lopen snel op. Tegelijk is er veel verwarring en onduidelijkheid over wat polarisatie precies is. Juist doordat er zoveel aandacht is voor polarisatie op tv, in kranten en op sociale media wordt dit versterkt. Daarom is het nodig om scherp te hebben wat polarisatie nu precies is en wat het veroorzaakt. Voor sociaal werkers is het namelijk nodig om hier weet van te hebben om vervolgens daar goed naar te kunnen handelen. Die begripsverheldering vormt een eerste vorm van handelingsrelevante kennis: kennis die niet losstaat van de praktijk, maar direct richting geeft aan professioneel handelen. In exploratieve gesprekken met sociaal werkers, voortkomend uit ons onderzoek naar polarisatie, zien we dat van hen niet alleen wordt gevraagd spanning te herkennen, maar ook dat ze hun morele kompas moeten gebruiken.

Het vraagt handelen vanuit waarden als rechtvaardigheid, nabijheid en menselijke waardigheid.
Het vraagt dat sociaal werkers durven duiden waar het schuurt en waarom. In dit artikel brengen we verschillende vormen van kennis samen: wetenschappelijke kennis over polarisatie, ervaringskennis uit de dagelijkse praktijk van sociaal werkers en professionele kennis over positionering, proces en moreel handelen. Het is juist het samenspel tussen deze kennisbronnen dat het mogelijk maakt om polarisatie niet alleen te begrijpen, maar er ook daadwerkelijk mee te werken. We onderzoeken hoe sociaal werkers koers kunnen houden in gepolariseerde situaties. Daarbij laten we zien hoe sociaal werkers als vakmensen kunnen bijdragen aan ‘de-bubblificatie’: het openen van de ramen tussen onze verschillende leefwerelden. Polarisatie vraagt dus geen stille/neutrale professionals. Het vraagt een scherper kompas. Daar begint het vakmanschap dat sociaal werk vandaag nodig heeft.

Meer info
€ 3,90
Van inzicht naar impact

Van inzicht naar impact

Kennis laten landen in de praktijk vraagt om meer dan het delen van resultaten. In de afgelopen jaren leerde ik als actieonderzoeker hoe kennis ontstaat in samenwerking met professionals, beleidsmakers en een adviseur cliëntperspectief. Het proces verliep soms zoekend en onwennig, maar bood gaandeweg meer verdieping en richting.

Wanneer samenwerking in het sociaal domein stokt, ondervinden jongeren met meervoudige, ernstige en langdurige problemen daarvan de gevolgen. Het gaat om jongeren (risicojeugd) die een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving, waarbij meerdere gemeenten en ketenpartners betrokken zijn. Juist in die context werd binnen de Academische Werkplaats Risicojeugd (z.j.) het project Van papier naar praktijk opgezet: een meerjarig actieonderzoek naar integraal werken met risicojeugd. Het doel: samen met betrokkenen kennis ontwikkelen én toepassen, zodat jongeren de zorg krijgen die ze nodig hebben.

Op dat project solliciteerde ik. Tijdens het sollicitatiegesprek kreeg ik een vraag die me sindsdien is bijgebleven: “Hoe voorkom je nou dat straks jouw Op dat project solliciteerde ik. Tijdens het sollicitatiegesprek kreeg ik een vraag die me sindsdien is bijgebleven: “Hoe voorkom je nou dat straks jouw transformatie. Deze principes bieden een waardevol kader om mijn ervaringen van de afgelopen jaren te begrijpen: wat ging er goed én waar heb ik veel van geleerd (Rahman et al., 2021)?

Meer info
€ 3,90