Waarom vinden we dit eigenlijk normaal? Jongvolwassenen over hun mentale gezondheid, stress en middelengebruik

Waarom vinden we dit eigenlijk normaal? Jongvolwassenen over hun mentale gezondheid, stress en middelengebruik

GGD GHOR Nederland | 2025 | GGD GHOR Nederland
Gratis

Omschrijving

De Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 is uitgevoerd door de GGD’en en het RIVM, ondersteund door GGD GHOR Nederland. Ruim 135.000 jongvolwassenen (16-25 jaar) hebben de digitale vragenlijst van de monitor ingevuld. Met de resultaten van het onderzoek wordt beleid ontwikkeld om de gezondheid, welzijn en leefstijl van jongvolwassenen te bevorderen. De resultaten van de monitor maken duidelijk dat de mentale gezondheid van deze doelgroep aandacht nodig heeft. GGD GHOR Nederland heeft namens de GGD’en en het RIVM aan EMMA opdracht gegeven om van september 2024 tot en met maart 2025 verdiepend kwalitatief onderzoek uit te voeren om een aantal kwantitatieve resultaten van het vragenlijstonderzoek te kunnen duiden en te verdiepen. Dit rapport gaat over het verdiepende kwalitatieve onderzoek naar de thema’s mentale gezondheid, stress en middelengebruik.

Opzet en uitvoering

Er zijn vijf focusgroepen en veertien diepte-interviews uitgevoerd. De onderzoeksaanpak, de inhoud van de gespreksleidraden en de resultaten zijn op verschillende moment tijdens het onderzoek besproken en geduid met een adviesgroep van jongvolwassenen en met de werkgroep Harmonisatie van de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen, die wordt gevormd door onderzoekers van het RIVM, van GGD GHOR Nederland en van verschillende GGD’en.

In totaal hebben 58 jongvolwassenen uit heel Nederland meegewerkt aan dit onderzoek, waarvan zes jongvolwassenen deelgenomen hebben aan de adviesgroep, 38 aan de focusgroepen en veertien jongvolwassenen aan een diepte-interview.

Resultaten

Mentale gezondheid Jongvolwassenen geven aan dat de volgende factoren een rol spelen in hun mentale gezondheid: hun sociale netwerk, grip op het leven, stabiliteit, toekomstbeeld en hun zelfbeeld. De mate waarin jongvolwassenen een sociaal netwerk en een positief zelfbeeld hebben, bepaalt veelal de veerkracht die zij voelen en daarmee hun mentale gezondheid. Vrouwen ervaren vaker eenzaamheid dan mannen. LHBTQIA+ jongvolwassenen kunnen vaker mentale problemen ervaren door discriminatie en een gebrek aan acceptatie. De coronaperiode had voor jongvolwassenen zowel negatieve (sociale onzekerheid, achterstanden) als positieve (meer rust, zelfreflectie) effecten op hun mentale gezondheid.

Stress Vrijwel alle jongvolwassenen ervaren stress door grote veranderingen in hun leven, zoals studiekeuze, werk en financiële onzekerheid. Onderwijs is een belangrijke bron van stress, vooral door prestatiedruk, toetsdruk en de angst voor studievertraging en schulden. Ook zorgen over huisvesting en de toekomst spelen een grote rol. Hoewel stress soms helpt bij presteren, kan langdurige stress leiden tot mentale en fysieke klachten. Jongvolwassenen die hun stressgevoelens in hun omgeving kunnen delen en bespreken, hebben minder lang last van stress.

Middelengebruik Jongvolwassenen zien dat middelengebruik in hun leefwereld volledig genormaliseerd is. Drugsgebruik wordt niet alleen gekoppeld aan feesten en uitgaan, maar vindt ook plaats op school, werk en thuis. Alcoholgebruik is zo sociaal geaccepteerd, dat juist niet drinken vaak uitleg vereist. Mede door de makkelijke verkrijgbaarheid via sociale media en sociale druk zien jongvolwassenen dat op steeds jongere leeftijd makkelijker en sneller naar middelen wordt gegrepen. Maar ook behoefte aan stressvermindering en behoefte aan losser sociaal gedrag vertonen zijn aanleiding voor gebruik. Jongvolwassenen denken dat de gezondheidsrisico’s en het risico op verslaving worden onderschat. Ook denken jongvolwassenen die middelen gebruiken dat ze eenvoudig kunnen stoppen als ze dat willen.