Nieuwe kleren voor de GGZ. Goede GGZ: tegenwerpingen

Nieuwe kleren voor de GGZ. Goede GGZ: tegenwerpingen

Productgroep Participatie en Herstel 2 - 2016
Ed van Hoorn | 2016
3,90

Omschrijving

Nieuwe concepten, aangepaste taal en betere organisatie

Al jaren is er sprake van onbehagen in de GGZ. Voor wie het wil weten is er veel wat niet goed gaat. Er is te veel aanbodsturing, grote onvrede met de uitkomsten, de iatrogene schade is te groot. En ook: de sector eet een steeds groter deel van het BNP op. De oplossingen die politiek, beleid en management voor dit probleem bedenken bevinden zich steeds binnen dezelfde parameters. De basisgedachte daarbij is dat de GGZ in de kern inhoudelijk op het goede spoor zit en eigenlijk heel toekomstbestendig is (‘wij doen al lang aan vraagsturing'). Er hoeft slechts hier wat bij en daar wat af, een paar verschuivingen in de subsystemen, geld er bij en klaar is Kees. Voorstellen die in de praktijk weinig zoden aan de dijk zetten en het onbehagen niet wegnemen. Voor de persoon die te maken krijgt met de GGZ is er de laatste jaren dan ook merkwaardig weinig veranderd. We hebben nog steeds de meeste bedden, we zijn nog steeds kampioen dwang en drang. De DSM ligt nog altijd op tafel en in de praktijk geldt als het er op aan komt de dokterslogica: diagnosticeren en pillen voorschrijven. En dat in steeds grotere hoeveelheden (cfr. de depressie-epidemie). Je zou dus kunnen zeggen dat de sector, de zeldzame uitzonderingen niet te na gesproken, in de kern buitengewoon weerbarstig en veranderingsonwillig of -unfähig is. Er zit ergens een wand waar alle pogingen om te vernieuwen op stuk lopen. En nu dus een nieuwe poging, door Van Os c.s. (*) gepresenteerd als een disruptief model. Wat het volgens mij niet is.