Wie een episode van psychiatrische verschijnselen meemaakt, komt oog in oog te staan met indringende bestaansvragen. Hoe houdt het leven waarde en waardigheid ten overstaan van het doormaken van psychiatrische episodes?
De wetenschap over levensbeschouwing en psychiatrie kent benaderingen uit verschillende disciplines. Begripsverheldering en samenwerking tussen onderzoekers, behandelaren in de geestelijke gezondheidszorg en geestelijk verzorgers is daarom van belang. Er bestaan reeds veel theoretische gezichtspunten, maar qua empirisch onderzoek is er nog veel te doen. Tegelijkertijd verandert het levensbeschouwelijk landschap snel over de tijd.
De bijzondere leeropdracht ‘Levensbeschouwing en geestelijke volksgezondheid, met bijzondere aandacht voor de psychiatrie’ beoogt de wetenschappelijke kennis op dit gebied actueel te houden en verder uit te bouwen. Ook met ‘sober’ cijfermatig onderzoek. De leerstoel is ingesteld door het KSGV, Kenniscentrum Levensbeschouwing en Geestelijke Volksgezondheid. Psychiater Arjan Braam vraagt in deze rede om toewijding en kundigheid over levensbeschouwing in de psychiatrie, zowel wetenschappelijk, als ook in behandelingscontacten.
Inleiding
Het was twee dagen voor Hemelvaart in het jaar 2000. Als arts-assistent psychiatrie in de Valeriuskliniek in Amsterdam had ik dienst. Om zeven uur ’s avonds kreeg ik bericht over een opname. Het betrof een 25- jarige Australische jongeman die zou menen dat hij Christus was. Hij maakte duidelijk dat hij geen bezittingen meer nodig had. Omdat hij zijn fiets en zijn mobiele telefoon in de gracht had gegooid en een verwarde indruk maakte, bracht de politie hem in contact met de crisisdienst. De crisisdienst zorgde voor een vrijwillige opname vanwege een psychotisch, mogelijk manisch toestandsbeeld. De ontmoeting staat me scherp bij.
Timon was een vrij tengere jongeman, met rossig haar en een kort baardje. Hij liep mij over het groene kleed tegemoet, met zijn armen ontspannen langs zijn lichaam, de handpalmen naar mij toegewend 1. Zijn blik had een uitdrukking van ontvankelijkheid en verbazing, onthand, als het ware, met het gezag dat er van hem uit ging. Drie vrienden vergezelden hem. Ze keken ongemakkelijk. Timon wist weinig te zeggen, en wat hij in het Engels uitbracht toonde weinig samenhang. Ik maakte er uit op dat hij op een wereldreis in Amsterdam was blijven hangen en een plekje gevonden had in een woongroep van evangelisch signatuur. Hoewel Timon vriendelijk bleef glimlachen, waren we in de kliniek bezorgd: het was twee dagen voor Hemelvaart – zou er kans zijn dat het beeld omsloeg in zelfdestructie? Timon werkte echter mee aan de behandeling. Hij nam medicijnen en de waan verbleekte spoedig. Na ontslag huurde hij een kamer voor zichzelf in een buitenwijk. Hij kwam tot weinig meer, waarbij de medicijnen hem misschien nog wat verder beperkten. Hij bouwde de medicijnen liever niet te ver af. Met de vrienden verwaterde het contact.