Laagdrempelige hulp voor slachtoffers en plegers van geweld in afhankelijkheidsrelaties

Laagdrempelige hulp voor slachtoffers en plegers van geweld in afhankelijkheidsrelaties

Mathilde Compagner Majone Steketee Roos de Wildt | 2022 | Verwey-Jonker Instituut
Gratis

Omschrijving

Jaarlijks krijgen meer dan een miljoen mensen in Nederland te maken met geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dat kan bijvoorbeeld gaan over ouderenmishandeling of mensenhandel en uitbuiting, maar ook over grensoverschrijdend gedrag bij sport-of hobbyclubs. Ook partnergeweld, kindermishandeling en seksueel geweld valt onder deze noemer.

In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) deed het Verwey-Jonker Instituut onderzoek naar laagdrempelige hulpverlening aan slachtoffers én plegers van dit geweld. Wat zijn hun ervaringen met de vindbaarheid en toegankelijkheid van laagdrempelige hulp en wat is hun waardering ervan? En hoe verhouden deze behoeften zich tot het aanbod van laagdrempelige hulp? Om deze vragen te beantwoorden, hebben wij gesproken met zestig slachtoffers. Ook spraken we met plegers én met de hulpverleners die slachtoffers en plegers ondersteunen.

Hierbij hebben we gekeken naar de specifieke behoeften van slachtoffers per soort geweld. En we hebben daarbij de kenmerken van slachtoffers meegenomen. Bijvoorbeeld of het slachtoffer jong of oud is, een migratieachtergrond heeft, uit de LHBTI+ gemeenschap komt of een lichamelijke- of verstandelijke beperking heeft.

Voor slachtoffers blijkt het zoeken van hulp een complex en langdurig proces. Veel slachtoffers erkennen in eerste instantie niet dat hen iets grensoverschrijdends is overkomen. Een hulpvraag ontbreekt dan ook nog. Vervolgens zoeken slachtoffers naar informatie over hetgeen hen overkomen is. Zij proberen te duiden wat er is gebeurd, wat dit betekent en wat ze nu moeten doen. Veelal vormen gevoelens van loyaliteit of afhankelijkheid ten opzichte van de dader in deze fase nog een drempel om hulp te zoeken. Dit gaat vaak gepaard met angst voor zichzelf of hun naasten. Slachtoffers hebben veel aan anonieme informatievoorziening over grensoverschrijdend gedrag, wat er gebeurt als je om hulp vraagt en een overzicht van welke ondersteuning er is. Veel slachtoffers zetten een eerste stap naar informele hulp. Zij gaan bijvoorbeeld in gesprek met een vriend, vriendin, partner of familielid. Daarna komen zij pas bij formele hulpinstanties terecht.