Humanisering van technologie en de productie van het gemeenschappelijke gaat over de wisselwerking tussen mens en technologie in het leven van alledag. Het dagelijks leven wordt steeds meer gevormd door het gebruik van allerlei technologische producten, die op hun beurt gevormd worden door de maatschappelijke verhoudingen in het alledaagse leven. Rondom deze wederkerige beïnvloeding van mens en technologie voltrekt zich een maatschappelijke strijd. De technologieontwikkeling beweegt zich tussen een verwevenheid met de huidige ongelijke maatschappelijke (machts)verhoudingen en een verwevenheid met de verschillende verlangens en vermogens van individuen en organisaties (de multitude) die streven naar een humanere samenleving. Door het inzetten van hun arbeidsvermogens, het ontwikkelen van nieuwe denkpatronen en het creëren van nieuwe relaties met “de ander” ontwikkelt de multitude een reële basis van waaruit een humanisering van technologie ontworpen kan worden.
In het laatste deel van deze publicatie geeft Guido Ruivenkamp aan op welke wijze een onderzoek- en onderwijsprogramma een bijdrage kan leveren aan het ondersteunen van initiatieven om zich gemeenschappelijk in te zetten voor een humanere samenleving die zich baseert op het respectvol samenleven met “de ander”.
Inleiding
In deze oratie wil ik mijn gedachten uiteen zetten over de relatie tussen mens en technologie in de huidige context van globale ongelijke machtsverhoudingen en maatschappelijke tegenstellingen1. Het zijn de verschillen tussen arm en rijk, tussen de kansarme en de kansrijke die ingeschreven worden en zich manifesteren in specifieke technologie ontwikkelingen maar waarbij zich ook mogelijkheden voordoen om de technologieën te veranderen en in het verlengde te plaatsen van een humanere samenleving. Het was al in de jaren zestig van de vorige eeuw dat ik in aanraking kwam met auteurs als Erich Fromm (1968) en Herbert Marcuse (1968) die de vraag stelden of de hoog-industriële, technologische samenleving humaner kon worden gemaakt en zich daarbij afvroegen wat we kunnen verstaan onder een humanisering van technologie. Vragen die mij sindsdien hebben geïnspireerd om door te denken over de mens/samenleving-technologie interactie en mij tevens bewust maakten dat je als sociaal wetenschapper je niet alleen kan afvragen hoe de bestaande werkelijkheid eruit ziet maar je ook kan richten op het aangeven van mogelijkheden om de bestaande werkelijkheid te veranderen.