De vuurtoren:  Het grensgebied tussen de psychiatrische zorg en  de zorg voor verstandelijk gehandicapten

De vuurtoren: Het grensgebied tussen de psychiatrische zorg en de zorg voor verstandelijk gehandicapten

Marius Nuy Dr. Detlef Petry | 1995 | 9789066651456
12,90
Abonneeprijs: 5,16

Omschrijving

In de tweede helft van deze eeuw werden voor mensen met een verstandelijke handicap aparte voorzieningen ontwikkeld en tegelijkertijd sneuvelde de band met de psychiatrische zorg. De zorg voor verstandelijk gehandicapten brak met het medisch model en men bouwde met groot idealisme aan een zelfstandige sector, die officieel evenwel pas sedert ongeveer 1980 buiten de GGz is gesitueerd, een domein in elk geval waarin de psychiatrische kennis en inbreng geleidelijk aan vrijwel geheel verloren is gegaan. Werden vóór die tijd de verstandelijk gehandicapten, net als andere psychisch zieken, steevast opgenomen in wat toen nog een ‘krankzinnigengesticht’  heette, sedert de ‘ommekeer’ werden zij ondergebracht in inrichtingen voor zwakzinnigen, de huidige zorg voor verstandelijk gehandicapten. Ofschoon men onderkende dat de verstandelijke handicap primair wordt veroorzaakt door een hersenbeschadiging, werd het concept ‘ziekte’ verlaten en ontwikkelde men sociaal-pedagogische ideeën die te karakteriseren zijn met begrippen als ‘normalisatie’ en ‘integratie’.


In de zorg voor verstandelijk gehandicapten stuitte men bij een deel van hun cliënten evenwel op een hardnekkige stilstand in de ontwikkeling. Een aantal van hen vertoonde dusdanig afwijkend gedrag dat zij niet meekon, een verschijnsel waarvoor in de loop der tijd verschillende verklaringen hebben bestaan en dat uiteindelijk roept om de noodzaak van psychiatrische consultatie. Met andere woorden, er bestaat tussen de twee zich afzonderlijk verder ontwikkelde zorgcircuits een grensgebied waar vele licht verstandelijk gehandicapten met psychische en gedragsproblemen verblijven en die deswege de tragiek van de (in een bepaald opzicht) ontoereikendheid van zorg aan den lijve ondervinden. Hun levensloop ‘staat stil’ of ontwikkelt zich in verwarring, terwijl er bij een andere, beter aangepaste organisatie van de zorg sprake zou kunnen zijn van vooruitgang, met name ook vanuit de hedendaagse inzichten op het terrein van rehabilitatie. Vandaar, in tweeërlei zin, het beeld van de vuurtoren.

Enerzijds signaleert hij een problematiek die om bijzondere aandacht vraagt, anderzijds zijn het de intrinsieke betekenissen van het begrip rehabilitatie waarvoor de vuurtoren ‘zijn werk’ doet, betekenissen die ervoor waken dat een ‘klassieke’, institutionele benadering naar deze mensen (opnieuw) de overhand krijgt. Dit is geen ongegrond optimisme want ondanks het scheiden der wegen verblijven er, tot op de dag van vandaag, nog altijd zo’n duizend personen met een verstandelijke handicap in de algemene psychiatrische ziekenhuizen, en juist daar heeft men geëxperimenteerd met een nieuw concept van zorg. De klaarblijkelijke noodzaak van (ook) een psychiatrische bijdrage in de behandeling is evenwel geen eenzijdig initiatief van psychiaters. Ook in de verstandelijk gehandicaptenzorg zelf is men zich dit door historische ontwikkelingen ontstane hiaat gaan realiseren.