Mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) hebben recht op ondersteuning die meebeweegt met wat zij op een bepaald moment in hun leven nodig hebben. Op dit moment is die ondersteuning er voor velen wel, maar te vaak niet duurzaam. Dit rapport analyseert wat nodig is om die ondersteuning verankerd, op- en afschaalbaar en gezamenlijk gedragen in de keten beschikbaar te krijgen — en welke bouwstenen daarvoor klaarliggen.
De kern van dit rapport is uiteindelijk niet ingewikkeld. De systeemanalyse laat zien dat de keten van wonen, zorg en veiligheid op meerdere plekken tegelijk tekortschiet: te weinig passende woon-, verblijfs- en behandelcapaciteit, financieringsschotten bij overgangen, informatiedrempels en wachtlijsten. Geen van deze tekorten staat op zichzelf; samen drukken ze de keten in vicieuze cirkels, waardoor onvoldoende herstel op gang komt. De oplossing ligt dan ook niet bij één partij of één maatregel, maar in een samenhangend pakket van hefbomen dat als keten wordt gerealiseerd — outreachende zorg, een woning als basis, doorlopende begeleiding bij overgangen, een werkende meldfunctie en een veiligheidsaanpak die elkaar versterken. Onze gezamenlijke verantwoordelijkheid — en zeker ook die van de financier — reikt verder dan herstel op korte termijn: het gaat om duurzaam herstel, om harm reduction en tertiaire preventie, om blijvend nabij zijn. Ambulante methodieken als (For)FACT, bemoeizorg en de Levensloopaanpak werken goed, maar blijven gemankeerd zolang de keten als geheel niet op orde is. De oplossingsrichtingen die hieruit volgen, sluiten aan bij de bevindingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en worden onderschreven door het manifest van het Leger des Heils en ketenpartners.
Wat dit rapport biedt
Een systeemanalyse die de patronen van vicieuze cirkels en versterkende mechanismen in de keten zichtbaar maakt. Drie elkaar aanvullende bronnen voeden haar: de validatierespons van eenentwintig validatoren en tegenlezers, het OVV-rapport Kunnen doen wat nodig is (april 2026), en de Companen-publicatie over de huisvestingsopgave (mei 2026). Drie onafhankelijke onderzoekslijnen komen samen tot één samenhangend verhaal. De analyse laat zien waar in de keten de bouwstenen liggen om ondersteuning duurzaam beschikbaar te maken.
De kerndiagnose
In de keten werken vier vicieuze cirkels die het probleem in stand houden en versterken: de draaideur in de acute zorg, de justitiële carrousel, de wachtlijstspiraal en de bottleneck in beschermd wonen. Een vicieuze cirkel is een keten waarin het ene probleem het volgende voedt, dat weer terugwerkt op het begin. Daartegenover staan twee mechanismen die het systeem juist afremmen en die aantoonbaar werken: outreachende zorg via (For)FACT en Housing First. Wat ontbreekt, is voldoende capaciteit en bereik om deze stabilisatoren de vicieuze cirkels te laten dempen. Dat is een systeemvraag die alleen gezamenlijk kan worden beantwoord. Companen-cijfers laten zien dat de draaideur en de bottleneck in beschermd wonen elkaar voeden. Bij een gemiddelde verblijfsduur van twee jaar zouden jaarlijks 3.980 corporatiewoningen nodig zijn voor uitstroom uit beschermd wonen (Wmo). In werkelijkheid waren dat er in 2023 maar 1.320. Het gat tussen 1.320 en 3.980 woningen is een groot deel van de concrete huisvestingsopgave.
Op alle vier de vicieuze cirkels werken bovendien twee versterkers parallel mee. Aan de kant van de persoon zijn dat cognitieve beperkingen: moeite met plannen, overzicht houden en informatie verwerken. Aan de kant van de omgeving is dat stigma: negatieve beeldvorming die de toegang tot wonen, werk en zorg vernauwt. Beide werken bij elke aandoening (transdiagnostisch) en stapelen zich op bij iedere overgang tussen wonen, zorg en veiligheid. Daarom staat duurzame nabijheid centraal in het oplossingsdeel van dit rapport: een zorgrelatie die overgangen overbrugt in plaats van bij elke fase opnieuw te beginnen. Die nabijheid is het werkzame bestanddeel van tertiaire preventie — het voorkomen dat een bestaande, blijvende ziekte erger wordt.
Onder dit systeemverhaal ligt een zorgkundige opgave die in het EPA-debat onderbelicht blijft: tertiaire preventie. Dat is het voorkomen van gevolgen en complicaties van een bestaande, chronische aandoening, en het is een kerntaak van de gezondheidszorg. Die taak is juist hier zwaar, omdat de psychiatrische aandoening zelf de zelfzorg in de weg staat. Zorg en ondersteuning moeten daarom kunnen meebewegen met iemands actuele toestand en zelfredzaamheid. Een duurzame zorgrelatie die niet loslaat — ook als het moeilijk wordt — draagt dat. De 14 à 20 jaar kortere levensverwachting bij EPA is hiervan de meetbare uitkomst (zie §1.4).